Volg ons op
Volg ons op Facebook


Bijgewerkt op
11-12-2017
Werkbezoek aan Oekraďne van 2 mei t/m 12 mei 2004


Op zondag 2 mei 2004 zijn vier leden van het Pastoraal Fonds en twee gasten vertrokken richting Hongarije. Op deze reis gingen ds. J.C. Fockens, predikant van de Gereformeerde Kerk te Sassenheim, en zijn vrouw als gast mee. In Hongarije voegde zich Enikő Papp, de tolk op deze reis, bij het gezelschap en op dinsdag 4 mei 2004 passeerden we de grens met Oekraďne. De afhandeling van alle paspoorten en autopapieren bij de Oekraďense grens verliep vrij soepel. Deze keer duurde het maar een klein uur, in tegenstelling tot vorig jaar toen de wachttijd nog ruim drie uur in beslag nam.
Aan het eind van de morgen arriveerde de delegatie bij de gastgezinnen in Gát. Nadat het gezelschap zich daar had geďnstalleerd werd direct aan de besprekingen begonnen met de burgemeester van Gát en met de predikant van de Reformatorische kerk.

Na een lekkere maaltijd in ons gastgezin gingen we op bezoek bij burgemeester Lőrincz Béla in het gemeentehuis van Gát. Hij begon met een welkomstwoord waarin hij ons gezondheid en kracht toewenste. Op onze vragen vertelde hij dat in Gát 3500 mensen wonen, waarvan 650 personen pensioengerechtigd, 375 schoolkinderen en 320 kleuters (ca. 60 gaan naar de kleuterschool. Op het gemeentehuis werken 7 personen. Van het jaarlijkse budget op de begroting van de gemeente Gát (150.000 griveny = € 25.000,00) moeten o.a. de salarissen van het gemeentepersoneel, de leerkrachten, de kleuterjuffen en de kosten van de dokterspost worden betaald. Ook probeert de gemeente hiervan kleine opknapbeurten aan openbare gebouwen te doen. Het dorp krijgt aardgas en de aanleg van de gasbuizen is al ver gevorderd. Er moet in totaal nog ± 16 kilometer aan gasbuizen worden gelegd. Hiervan is al 4,5 km gelegd en 150 huizen zijn er al op aangesloten. Als eerste wordt nu de lagere school aangesloten, omdat het belangrijk is dat de kinderen ook ’s winters door kunnen leren. De dokterspost zal binnenkort ook aangesloten worden en de kleuterschool het volgende jaar. De burgemeester deelde mee dat slechts een deel van de kosten door de Oekraďense Staat worden vergoed en dat de gemeente Gát zelf verder moet zoeken naar sponsoren. De totaalkosten voor de aanleg van gas in de school bedragen 160.000 griveny = € 26.660. Hiervan kunnen ze maar 27.000 griveny = € 4500,- betalen. De ketels zijn wel door de Oekraďense Staat betaald. Voor de dokterspost komt het op een bedrag van ca 25.000 griveny = € 4200.

De economie in de Karpaten gaat iets beter, zo vertelde de burgemeester. De mensen gaan zelf wat meer initiatieven nemen. Twee, drie jaar geleden kregen de mensen soms een half jaar lang geen salaris, dit komt nu niet meer voor. De burgemeester verdient ca 100 dollar =
€ 75,- per maand. De arbeiders van het gemeentehuis verdienen ca. 50 dollar = € 37,50 per maand. Veel mensen zijn nog werkeloos. Gelukkig startte op 5 mei 2004 een Italiaans kleding atelier in Gát. Hier zouden ca. 75 mensen aan het werk kunnen gaan. De kledingtransporten van het Pastoraal Fonds vormen geen bedreiging, want het bedrijfje maakt alleen kleding voor de export. In Beregszász werken 50 mensen uit Gát in een houtverwerkingsbedrijf (o.a. parket).
Verder vertelde de burgemeester dat als mensen werkeloos worden, deze mensen de eerste
3 maanden geen uitkering krijgen. Als hun werk wordt aangeboden moeten ze dit werk aannemen anders krijgt men ook geen uitkering. Als er na 3 maanden nog geen werk is aangeboden, dan krijgt die persoon gedurende een half jaar 20 dollar = € 15 per maand.
Dertig procent van de werkelozen werken echter ook in Hongarije. Maar sinds 1 mei 2004 is het erg moeilijk om op tijd de nodige papieren te regelen, bovendien is een paspoort erg duur
en de levering ervan binnen 2 weken kost 120 dollar. Bij 3 maanden wachttijd kost het paspoort nog 60 dollar. Een paspoort blijft 10 jaar geldig, maar als alle blaadjes vol zijn met stempels moet een nieuw paspoort worden aangeschaft.
In Gát zijn momenteel 14 kleine winkels ( levensmiddelen, kleding enz.). Het Cultuurhuis wordt gerepareerd en hierin zitten behalve het gemeentehuis ook twee bedrijven; ook het bedrijf dat gas aanlegt staat in Gát geregistreerd.

De kleding vanuit Nederland wordt nog steeds volledig in een ruimte van het gemeentehuis opgeslagen. Van daaruit wordt voor de verdeling over de andere dorpen gezorgd. De burgemeester zei, dat hij niet mee hielp bij het verdelen van de kleding. Dat zou te veel vragen oproepen. Het voorstel van het Pastoraal Fonds om een winkel voor tweedehands kleding te openen en van de opbrengst “het tafeltje – dekje project” te betalen is volgens de burgemeester niet haalbaar, omdat hulpgoederen niet verkocht mogen worden. Zelfs het oprichten van een stichting is geen oplossing, de goederen blijft de overheid zien als hulpgoederen. Zelfs na de overstroming een paar jaar geleden moesten de bouwmaterialen voor de rampgebieden geschonken worden.

In 2006 zijn er weer burgemeestersverkiezingen. De gemeente Gát heeft nu 20 gemeenteraads-leden. Er zijn 2 partijen. De verstandverhouding tussen de mensen onderling is volgens de burgemeester zeer belangrijk. Problemen zullen er altijd zijn, maar hij wil proberen deze te minimaliseren. Zijn hoofddoel is, dat de aanleg van gasleidingen dan wel voltooid zou moeten zijn. De gasleidingen worden nu in de tuinen van de mensen gelegd, terwijl de leidingen van de Oekraďense staat zijn. Iedereen die een gas aansluiting wil hebben moet meebetalen aan de aanleg van de hoofdbuis.

Daarna gingen we naar ds. Szilágyi Károly, predikant van de Reformatorische kerk in Gát. De hulpverlening die het Pastoraal Fonds aan de mensen in Oekraďne had geboden ging gepaard met veel problemen. Er heerste onder de bevolking veel onbegrip, jaloezie en afgunst tussen de mensen aan wie wel hulp werd verleend en degenen die geen hulp ontvingen.

Na een verhelderend gesprek met de predikant van de Reformatorische kerk werd door de predikant toegezegd dat er een diaconale werkgroep in het leven geroepen zou worden.
Deze diaconale werkgroep zou tot taak krijgen de kleding, die uit Nederland werd gestuurd, onder de mensen te verdelen. Tevens zou de diaconale werkgroep voortaan de verspreiding van voedselpakketten aan de allerarmsten gaan verzorgen. De afspraken met de predikant werden direct in een document vastgelegd en hij was enigszins overrompeld over het feit, dat binnen
24 uur de afspraken in het Hongaars op papier waren gezet en op zijn bureau lagen.
Het is de leden van het Pastoraal Fonds in elk geval wel duidelijk geworden, dat bij een inkomen van € 50 tot € 70 per maand, nog veel hulp nodig is. De pensioenen, als men die al krijgt, komen zelfs niet boven de € 10 per maand uit. Alleen de slimmeriken kunnen wat extra’s bijverdienen door de smokkel van sigaretten en benzine naar Hongarije.

’s Avonds hadden we een gesprek met onze contactpersonen in Gát, tevens onze gastgezinnen.
In Gát wordt hulp gegeven aan 150 gezinnen, inclusief de 50 personen die via “Tafeltje – dekje” vijfmaal per week een maaltijd krijgen. De contactpersonen waren erg tevreden over de hulp die ze van het Pastoraal Fonds in Gát kregen. Zij noemden dit een groot geschenk. Met de nieuwe regelingen die het Pastoraal Fonds voor Gát met de predikant en de burgemeester getroffen had waren zij heel blij.

Op 5 mei 2004 werd een bezoek gebracht aan de lagere school in Gát. Na een hartelijke ontvangst door de districtsleider Lengyel László (de directrice Román Erika had andere verplichtingen), namen we plaats in het kantoor en begonnen we met het stellen van onze vragen. Er werd geďnformeerd hoe het was gekomen dat het Pastoraal Fonds pas achteraf een begroting had kregen voor de aanleg van gasbuizen en het vernieuwen van een deel van het dak van de lagere school. Lengyel László antwoordde hierop, dat de begroting eerst door de Oekraďense Staat moest worden goedgekeurd. Daarbij is door de Oekraďense Staat toegezegd het project te zullen financieren, maar de praktijk bleek anders. De Staat keerde maar ľ van het bedrag uit en de school moest zelf nog Ľ deel van het bedrag bij elkaar zien te krijgen. Het kwam er dus op neer dat de Staat de materialen vergoedde en dat het arbeidsloon voor rekening van de school kwam. Met het geld van de Staat is aan het werk begonnen, maar ze constateerden vervolgens dat er uiteindelijk een tekort was. In de praktijk betekende het dat de school er dus in veel gevallen maar vanuit ging dat het wel goed zou komen, anders zouden ze nergens aan kunnen beginnen. De prioriteit bij het besteden van Staatsgelden en van het gemeentegeld is, dat eerst de salarissen, dan de aanleg van gas en wat er nog over is voor andere zaken kan worden besteed. De school heeft na de aanleg van het gas en de vernieuwing van het dak grote schulden. De belangrijkste vraag aan het Pastoraal Fonds was of deze zou willen helpen om deze schuld af te lossen.

Verder werd verteld dat Duitse -, Engelse - en Franse taallessen sinds kort op het lesrooster staan. Er zijn wel wat boeken, b.v. Oekraďens – Engels voor beginners. Hongaars – Engelse boeken zijn er niet. Gevorderden moeten zelf de boeken kopen. Ook schriften e.d. moeten de ouders zelf kopen. Van de 350 kinderen op de 22-klassige school zijn er maar 50 ouders die zelf de boeken kunnen betalen. Naailessen werden ook gegeven.Op de school gebruiken de leerlingen de lappen stof die vanuit Sassenheim zijn gestuurd. Er zijn 14 naaimachines in gebruik, en er zijn ook wat reservemachines. Alle machines staan geregistreerd. De meisjes die op school leren naaien hebben kans op een baan bij het Italiaanse atelier dat op 5 mei 2004 in Gát is geopend.
Op het verlanglijstje van de school staan: 1e het opknappen van de gymzaal en de eetzaal, 2e de aanleg van een minivoetbalveld, 3e de vervanging van de ramen in de hele school. Zelf voegde de leden van het Pastoraal Fonds hieraan schilderen van het houtwerk toe.
Bij de rondleiding in en rond de school zagen we de gymzaal, het nieuwe dak en de nieuwe ketels in het ketelhuis. Hierna namen we afscheid van Lengyel László.

In de kleuterschool in Gát ontmoetten we de nieuwe hoofdleidster. Zij leidde ons rond en vertelde dat ze graag een derde groep kinderen zouden willen opnemen, de ruimte en ook het aanbod van kinderen was er wel, maar financieel was het niet haalbaar. De kinderen zongen voor ons en zegden versjes op. Wij deelden knuffeltjes en autootjes uit en voor de schooljuffen (12) hadden we doosjes chocola meegebracht. De kleuterschool wordt nog met tegelkachels verwarmd. In 2005 zal er gas worden aangelegd. Ook werd ons verteld over de problemen met de watervoorziening.

Na de kleuterschool te hebben bezocht gingen we naar het medische centrum, naar dokter Bak Olga. Zij ontving ons in haar kantoor-/spreekruimte. Van de dokter kregen we te horen dat het oude ketelhuis, onder het gebouw, daar niet mocht blijven. Er moet een nieuw ketelhuis worden gebouwd, waarvan de afmetingen door de Oekraďense wet zijn bepaald op 2.20 m hoogte en de totale inhoud moet 9 m3 zijn. Het nieuwe ketelhuis zou door de gemeente betaald moeten worden, maar er is veel te weinig geld. De gemeentebegroting is nauwelijks genoeg om daar alle salarissen van te betalen. Als er geen sponsoren worden gevonden dan zal er niet worden gebouwd. De dokter toonde ons de tekeningen en een begroting van het nieuwe ketelhuis in het Oekraďens. Dokter Bak Olga zou deze nog in het Hongaars vertalen en aan ons meegeven.
De dokter deelde mee dat het geld dat ze van het Pastoraal Fonds heeft gekregen voor de aankoop van medicijnen voor spoedeisende hulp voldoende was en dat alle noodzakelijke medicijnen in Oekraďne te koop zijn. De instrumenten van de tandarts werken nog goed, als er iets aan de instrumenten kapot gaat kan de tandarts dit meestal zelf wel repareren. Onderdelen zijn wel duur maar in Oekraďne verkrijgbaar. Volwassenen moeten de tandarts zelf betalen, maar voor kinderen is het gratis. Het zou wel erg fijn zijn als wij steun konden geven bij de aankoop van vulmateriaal voor de schooltandarts. Hoeveel er nodig was en wat het kostte zou de dokter navragen en ons meedelen. Dokter Bak Olga raadde ons af om instrumenten of materialen te sturen. Het zou soms zo lang bij de grens verzegeld staan, dat de verloopdatum zou zijn overschreden voordat het werd vrijgegeven. Gas, gas en nog eens gas, was de eerste prioriteit.
Na de bespreking werden we naar een andere ruimte gebracht, waar we onder het genot van taartjes en een drankje nog gezellig napraatten.

’s Middags gingen we naar Beregszász, waar we in het gebouw van de Oost-Europa Zending (OEZ) met Péter Gábor een gesprek hadden. Hij is o.a. verantwoordelijk voor de opslag van de kleding die het Pastoraal Fonds als deeltransport meegeeft met transporten van de OEZ.
De grote opslagloods, waarvoor het Pastoraal Fonds hun voor de aankoop ervan een flink bedrag had geleend, wordt in hoog tempo opgeknapt. Enkele ruimtes moeten in de toekomst dienen als opslag voor de douane.
Péter Gábor liet ons weten dat de goederen ca 4 weken in de opslag mogen blijven, terwijl het Pastoraal Fonds had afgesproken dat dit voor onbepaalde tijd zou zijn. Péter Gábor stemde in met een langere opslagtijd en zou dan overleggen met de mensen in Gát. Het voorstel van het Pastoraal Fonds om de kleding door de diverse dorpen apart te laten ophalen is zeker te realiseren. Het Pastoraal Fonds zal de dozen duidelijk van stickers moeten voorzien met de namen van de dorpen. Na dit gesprek gingen we naar de ”nieuwe” loods, waar Péter Gábor een rondleiding gaf. In vergelijking met 2003 is er veel werk verzet: het dak is vernieuwd, de ruimtes zijn netjes gewit en de deuren zijn van een hekwerk en grote hangsloten voorzien.

In Kisbégány werden we op 6 mei 2004 in de ochtend enthousiast ontvangen door onze contactpersonen. Ze vertelden ons dat zij hulp gaven aan 65 gezinnen. Van het geld dat het Pastoraal Fonds heeft gestuurd hadden ze zelfs wat geld over om de dokterspost een beetje te steunen. Op de lagere school met 120 leerlingen is men bezig om een eetzaal in te richten. Wij boden aan om voor deze kinderen brood en melk te betalen. Voor meerdere gezinnen hebben ze een lopende rekening bij de bakker.
We maakten een wandeling door een deel van het dorp en werden door veel mensen, soms onder tranen, bedankt voor de hulp. Het was duidelijk dat de mensen van onze komst op de hoogte waren gesteld. We gingen ook langs de dokterspost, waar een verpleger die wat extra cursussen had gevolgd, de bevoegdheid had om op deze post te werken. De verpleger had ook al heel veel gedaan om het gebouw in goede staat te houden. Op het verzoek van het Pastoraal Fonds om een wensenlijstje te maken ging hij graag in.

’s Middags gingen we naar Balazsér. Na een hartelijke ontvangst raakten we in gesprek met de contactpersonen over de problemen van de laatste maanden. Zij gaven hulp aan 65 gezinnen. De achterdocht en de verdachtmakingen, die de contactpersonen bij hun vrijwilligerswerk ondervonden, hadden ertoe geleid dat de hulpverlening hier sinds november 2003 helemaal stil lag. Er was sindsdien ook geen geld meer van de bank opgenomen. De problemen waren begonnen nadat het Pastoraal Fonds de geldbedragen had verhoogd en er meer mensen hulp kregen. De contactpersonen hadden geprobeerd om dit uit te leggen, maar dat kwam niet over. Intussen was het aan iedereen in het dorp duidelijk gemaakt en verwachtten ze geen problemen meer.
De contactpersonen vertelden dat Balazsér 1200 inwoners heeft, hierbij zijn 150 weduwen en 40 alleenstaanden. Onafhankelijk van de geloofsovertuiging krijgt iedereen hulp die dit nodig heeft. Er werd ons ook geschetst dat het in het dorp het gebruik is, dat er gezongen wordt bij families waarvan iemand is overleden. Iedereen gaat daar dan naar toe. Ook komt er dan een RK koor zingen en een Reformatorisch koor gaat ook zingen bij RK mensen, dat wordt niet altijd door de dominee van de reformatorische kerk gewaardeerd.
De contactpersonen worden door ons aangemoedigd om gewoon weer door te gaan en te laten zien dat dit ook mogelijk is. Wij waren blij dat ze aangaven door te willen gaan.

De volgende dag,7 mei 2004, ontmoetten we onze contactpersoon bij de kleuterschool in Csonkapapi, waar volop activiteit was. Het zonnetje scheen en de kinderen speelden buiten. De schooljuffen waren erg blij dat de renovatie bijna was voltooid. Alleen een opslagruimte moest nog worden gewit. Het geld was echter op, maar de contactpersoon zou hiervoor nog een begroting maken. Na een rondleiding, optredens van de kinderen en een toespraak van de hoofdleidster waarbij we ook koffie en wat koekjes kregen.

We gingen daarna door naar de dokterspost, waar dokter Lónyai en zijn vrouw al op ons stonden te wachten. De dokter was erg blij met onze komst, maar had geen dringende wensen. Medicijnen voor spoedeisende hulp had hij voldoende en aan zijn instrumentarium hoefde niets te worden toegevoegd. Vervolgens gingen we naar de lagere school. De lagere school bezochten we voor het eerst. Het schoolhoofd heette ons op zijn Paasbest welkom. Hij leidde ons rond door de school. De school heeft zelfs een klein museum met oude werktuigen, kleding enz. De keuken in de school was erg klein; de apparatuur die er staat is sterk verouderd. Ook is er behoefte aan allerhande leermiddelen. Wij kregen voor we naar huis gingen een verlanglijstje mee.
De contactpersonen vertelden ons, dat in Csonkapapi 50 gezinnen hulp krijgen. Vanuit Csonkapapi reden we vervolgens door naar Kigyós.

Toen we om 16.00 uur in Kigyós aankwamen werden we door de contactpersoon meteen meegenomen naar een kleuterschool waar een groep bijeen was voor een bijbelstudie-uur. Wij zouden hier de video van Sassenheim en het werk van het Pastoraal Fonds laten zien. Er was een TV en een videoapparaat aanwezig, helaas was de TV een zwart/wit toestel. Maar de burgemeester haalde snel uit zijn eigen huis een kleuren TV. De wachttijd werd gevuld met het zingen van enkele liederen. Men genoot van de video en vroeg of ze de beelden van bollenvelden nog eens mochten zien. Na deze bijeenkomst bracht men ons naar het kerkje dat op een berg ligt en dat op de monumentenlijst staat. Helaas is de weg erheen steil en slecht begaanbaar (wij hadden al moeite om boven te komen, laat staan de oude mensen). Een vraag aan het Pastoraal Fonds was of er financiële steun kon worden gegeven bij de aanleg van een beter pad, zodat ook de oudere mensen naar de kerk kunnen lopen.
Bij de contactpersoon thuis vertelde zij, dat het afgelopen jaar erg moeilijk voor haar was geweest. Haar moeder, een tante en een buurvrouw waren vrij kort na elkaar overleden. Toen zij daarbij ook nog, onterecht, kritiek kreeg op haar werk als contactpersoon, werd haar dit net even te veel en kreeg ze de neiging om met het werk te stoppen. Gelukkig kon ze alles nu weer goed overzien en wilde ze verder gaan als onze contactpersoon. De contactpersoon zorgt voor 50 gezinnen, maar wil dit niet uitbreiden. Een keer per twee maanden worden er 50 voedselpakketten gemaakt en er zijn ook 20 gezinnen die brood krijgen.
We bewonderden haar flexibiliteit. Haar emoties kon ze niet voor ons verbergen, maar ze kon ook intens genieten van de goede dingen zoals de ontmoeting met ons. Het was al bijna donker toen we terugreden naar Gát.

Op zaterdag 8 mei was er een gezamenlijke dag met de contactpersonen in de grote zaal van de lagere school in Gát. De contactpersonen kunnen hier hun ervaringen uitwisselen en bepaalde activiteiten met elkaar afstemmen. Zo kregen wij te horen dat iedereen blij was met de kleding; de oude mensen zijn dankbaar voor de zwarte kleding. Er is wel behoefte aan grote maten voor heren, pantalons en herenschoenen. Ook is er veel vraag naar brillen. Wij hoorden dat iemand zei dat haar levenshouding werd verwoord met de tekst van Kolossenzen 3: 23
“Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor de mensen”.
We nuttigden met hen een maaltijd en namen daarna hartelijk afscheid.

Na de kerkdienst in de Reformatorische kerk Gát gingen we op zondagmiddag 9 mei 2004 naar Nagymuzsaly. We werden hartelijk door de contactpersonen ontvangen. Ze gaven hulp aan
ca. 20 gezinnen. Dit zouden ze wel langzaam willen uitbreiden tot 30 en dan afwachten wat de reactie hierop is. De contactpersonen beloofden ons om te schrijven hoe dit liep. Ze vertelden dat er een grote middelbare school met 350 kinderen in het dorp isi. De kleuterschool heeft
2 groepen van 30 kinderen. Er is een dokterspraktijk die pas is gerenoveerd; een jonge dokter heeft daar de leiding. Er was behoefte aan medicijnen, spuiten, bloeddrukmeter en apparatuur voor de tandartsenpraktijk. We vroegen hen om aan de dokter een verlanglijst met prijzen te maken en ons die toe te sturen. In het kort bespraken we het verloop van de contactdag. Ook zij hadden het erg prettig gevonden om iedereen weer eens te ontmoeten. We hadden graag de omgeving van de goudmijn willen bekijken, maar die was hermetisch afgesloten. We beklommen via een moeilijk begaanbaar en glibberig pad een heuvel vanwaar we een mooi uitzicht hadden over het plaatsje. Ook liepen we langs de school, die uiteraard op deze dag gesloten is. Uit de put bij hun huis namen we een watermonster mee, om dat in Nederland te laten analyseren.

Op maandagmorgen 10 mei zijn wij met een voldaan gevoel, weer op reis gegaan richting Hongarije. Daar hebben we Enikő Papp bij de grens met Roemenië afgezet.
Na de nacht in Hongarije doorgebracht te hebben, zijn we dinsdag richting Duitsland gereden. Nadat we de grensovergangen snel gepasseerd hadden, arriveerden we op de A3 bij Passau. Bij het passeren van een vrachtauto hoorden we een flink geratel onder de auto. De auto begon een eigen leven te leiden en ging slingerend van de ene naar de andere kant van de weg. Na een rit van ongeveer 150 meter kwamen we in de rechter berm van de weg terecht waar de auto op zijn zijkant in het gras belandde. De oorzaak van dit incident was een geklapte linkerachterband.
Met hulp van een vrachtwagenchauffeur zijn we uit de gekantelde auto geklommen en wonder boven wonder mankeerden wij geen van allen iets. In onze ogen hadden we allen op dat moment een enorme beschermengel op onze schouders. Via de nodige telefoontjes en de hulp van de ANWB kregen we dezelfde avond nog vervangend vervoer en konden we na een wat woelige nachtrust toch de volgende dag de reis naar huis voortzetten.

We mogen ondanks alles terugzien op een geslaagde reis naar Oekraďne en bidden, dat er in de toekomst een groeiende eenheid in de hulpverlening mag gaan plaats vinden.
Terugkijkend op deze dagen zijn we ervan overtuigd dat goede oplossingen van de problemen zijn genomen en we hopen dat in de toekomst veel ten goede zal veranderen, zowel met de verdeling van de kleding naar de dorpen, als met de verdeling van de beschikbaar gestelde gelden voor de diaconale hulp. Alle lopende projecten in de verschillende dorpen zijn bezocht en besproken en ook is gesproken over mogelijke uitbreiding van de projecten, onder andere bij scholen en gezondheidscentra.