Volg ons op
Volg ons op Facebook


Bijgewerkt op
14-08-2017
Werkbezoek aan Roemenië van 27 april t/m 2 mei 2003


Op zondagmorgen 27 april vertrokken wij vanuit Gát in Oekraïne naar Tileagd in Roemenië. De contactpersoon ging ons in zijn eigen auto voor tot aan de grens met Hongarije. Bij de grens namen we van hem en het predikantenechtpaar afscheid.

Toen we eenmaal in Hongarije reden zagen we het grote verschil met Oekraïne. Het was een verademing om door Hongarije te rijden. Het zag er allemaal vriendelijker en meer gestructureerd uit. We gingen bij Satu Mare weer de grens over van Hongarije naar Roemenië en reden vervolgens over zeer slechte wegen vol met grote gaten richting Oradea. Vanuit Oradea reden wij vervolgens naar Tileagd. Wij kwamen om 15:00 uur aan bij nieuwe predikant van de Reformatorische kerk. Hij en zijn familie verwelkomden ons hartelijk. Ook met de anderen was het een blij weerzien. We logeerden in het “Sassenheim Huis”. Wat een luxe. We konden na vier dagen in Oekraïne te zijn geweest weer onder de douche en hadden ook weer een gewoon toilet tot onze beschikking.
Om 17.00 uur begon de feestelijke bevestigingsdienst van de nieuwe dominee, Szoboszlai István, die drie uur zou duren in een onverwarmde kerk Namens de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente in Sassenheim sprak ds. Annette Bosma, waarbij Riet Geldof de vertaling in het Hongaars uitsprak. Nico Broekhuizen sprak vervolgens namens het Pastoraal Fonds. Hierbij verzorgde Enikö Papp de vertaling. Nico Broekhuizen bood de dominee een Hugenotenkruis in de vorm van een speld aan en zijn vrouw Edit kreeg eveneens een Hugenotenkruis, maar dan in de vorm van een halsketting. Ook werd hierbij de betekenis van het Hugenotenkruis uitgelegd. De kerkdienst was een indrukwekkend gebeuren. Er waren opvallend veel jonge predikanten aanwezig. Als zij allemaal net zo doortastend zijn en vol plannen als ds. Szoboszlai István, ziet de toekomst er veelbelovend uit. Wat een verschil met de Oekraïne.

In de grote zaal van het ‘Sassenheim Huis’ werd na de dienst een heerlijk diner geserveerd en tot in de kleine uurtjes werd er feestgevierd.

De volgende ochtend hadden wij een gesprek met de predikant. We bekijken: “Het Sassenheim Huis”. Er moesten nog enkele aanpassingen in de kelder worden verricht om deze ruimte geschikt te maken voor de activiteiten van en voor de jeugd. Het betreft een ruimte om de computers te plaatsen, de tafeltennistafel neer te zetten, het biljart een plaats te geven, enz.
De opslag van de kleding zou worden verplaatst naar de garage.
Een deel van de groentetuin van de pastorie was aangelegd om groente te kunnen geven aan de mensen die het hard nodig hadden. Er werden groenten en fruit ingemaakt voor de winter. De predikant had een internetverbinding en e-mail. Dit had veel voordelen. Hij sprak Engels en zijn vrouw Edit sprak Duits. Dat was soms wel wat lastig tijdens de conversaties.
Op maandagmiddag bleek ds. Szoboszlai een begrafenis te hebben, zodat wij alleen een wandeling door het dorp moesten maken. Daarna brachten wij een bezoek aan de fam. Papp Zij woonden in een prachtig huis vlakbij de kerk. Eén kamer had zelfs uitzicht op de kerk. Omdat hun dochter ook aanwezig was, verliep de conversatie zeer vlot.
Na het bezoek gebruikten wij in het “Sassenheim Huis”samen met István en Edit de maaltijd.
‘s Avonds was er overleg met de kerkenraad. Allerhande zaken werden besproken. De sfeer was prima. In 2007 zal D.V. de kerk 500 jaar bestaan en voor die tijd moet er nog veel aan het gebouw worden opgeknapt. Aan diverse instellingen wordt gevraagd om financieel bij te springen.

Door de kerkenraad wordt gevraagd om financiële hulp bij de bouw van een kapelletje op de begraafplaats. Ook derden zouden daar tegen een vergoeding gebruik van kunnen maken. Nu bestaat er geen mogelijkheid ter plaatse, op de begraafplaats, een korte bijeenkomst te houden. De kledingwinkel loopt heel goed en de opbrengsten komen ter beschikking van de diaconie en kunnen ook als lening voor andere doelen ten goede komen.
Aan het einde van de bijeenkomst overhandigt de voorzitter van het Pastoraal Fonds, de heer Nico Broekhuizen, een fotocollage van Sassenheim aan de voorzitter van de kerkenraad.

Dinsdagochtend brachten we een bezoek aan de lagere school (het was vakantie). Wat zag het er treurig uit! Zowel van buiten als van binnen. De directeur van de lagere school liet de nieuw aangeschafte boeken in de bibliotheek zien. Ze waren blij met de tafels en stoelen uit Sassenheim!

We gingen vervolgens de kleuterschool bekijken. Verschrikkelijk zoals de situatie nu was. Alles zo haveloos! Door de aanpassingen van de toiletten zou het hopelijk beter worden We hadden een gesprek met de directeur van de lagere school, de architect en de burgemeester (ze spraken alleen Hongaars en/of Roemeens) over de kindertoiletjes bij de kleuterschool.

De herziene tekeningen worden door het Pastoraal Fonds goedgekeurd en de bouw zou van start kunnen gaan als het geld ter beschikking werd gesteld.

Aldus werd besloten het gevraagde kapitaal ter beschikking te stellen.
Ook op de speelruimtes van beide scholen was het een troep. Al het afgedankte, kapotte materiaal lag her en der verspreid. Een aantal jongens verzaagde bomen en banken. Ze brachten het hout naar de kelder om het in de winter als stookhout te gebruiken.
Hierna bekeken we het gezondheidscentrum. De dokter was heel blij met de doos met betadine. Er werd met de dokter een financiële regeling getroffen zodat ook de minder draagkrachtigen de juiste medicijnen konden krijgen.

Na de lunch bekeken we de kledingwinkel. Er blijkt vooral behoefte te bestaan aan kinderkleding. In de winkel “Sastel” werd de kleding tegen een zeer lage prijs verkocht die door het Pastoraal Fonds was opgestuurd. Mensen die de kleding niet konden betalen en het echt nodig hadden kregen het gratis.

Verder bekeken wij een dakpannenfabriek en even verderop een houten kerkje uit 1300. Ook in dit dorp waren de zijwegen onverhard. Verschillende bewoners kwamen naar ons toe. Een mevrouw ging de sleutel van de kerk halen. Trots lieten de mensen hun kerk zien!

‘s Avonds aten de burgemeester en zijn vrouw ook met ons mee. Hij kreeg het boekje ‘Wat en hoe’ in het Roemeens aangeboden. Als hij van de zomer naar Nederland zou komen kon hij zich alleen redden!
Woensdag 30 april reden we naar Aleþd en brachten een bezoek aan het kindertehuis voor weeskinderen. De koffie met heerlijk krentenbrood stond voor ons klaar. Met geld van het Pastoraal Fonds was het kindertehuis uitgebreid met een aanbouw. Hierin waren een groot aantal kamers ingericht voor de kinderen vanaf 18 jaar. Volgens de voorschriften in Roemenië moeten deze weeskinderen op hun 18e verjaardag het weeshuis verlaten en zij zouden dan op straat komen te staan. Veel van de inventaris van deze aanbouw was gekregen van een Duits hotel. De directrice van het kindertehuis, mevr. dr. Annemarie Sadler vertelde dat er twee kinderen naar het vervolgonderwijs in de stad gingen (een gymnasium). Kosten voor de bus waren 20 euro per kind per maand. Met de busonderneming was ze nu overeengekomen dat de kinderen vanaf februari tot de zomervakantie gratis vervoerd zouden worden! Ze had van het Pastoraal Fonds geld voor de stookkosten gekregen. Van de regering kreeg ze nu 45% terug, omdat ze buitenlandse hulp ontving. Op het juiste moment wist zij ergens geld los te peuteren. Zij zat vol initiatieven. In het huis zag alles er verzorgd en schoon uit. Haar Duitse voorouders verloochenden zich niet. De nieuwe aanbouw was door meerdere buitenlandse organisaties ondersteund.

We reden door naar Bilghezd. Het dorp van het geslaagde waterproject. Een schitterende tocht door de beboste bergen met prachtige vergezichten!

De predikant ontving ons hartelijk, evenals een groep Nederlandse jongeren in het oranje, die hier vanuit Bergentheim een uitwisseling met de jeugd uit Bilghezd hadden. Na een uitgebreide lunch bekeken we de waterbassins en genoten van de mooie natuur.
Wij maakten kennis met een aantal gemeenteleden, die ons spontaan op de befaamde bor (wijn) onthaalden. Nadat we bij de predikant nog wat gedronken hadden reden we via het vlakke laagland, langs een andere weg, terug naar Tileagd.
‘s Avonds kwamen er nog dames van de diaconie van de Reformatorische kerk op bezoek om het een en ander toe te lichten. In onderling overleg werd afgesproken dat de bijdrage aan de minder draagkrachtigen verhoogd zou kunnen worden en dat de allerarmsten bovendien gratis kleding en voedsel zouden krijgen. Na een gezellig samenzijn was het tijd om de koffers te pakken en de auto te laden.
De volgende ochtend om 7.00 uur nemen we afscheid van alle vrienden in Tileagd, van István en Edit, Bertha en de familie Papp, die ons in de tuin staan uit te zwaaien. De terugreis door het schitterende landschap van Hongarije, bomen vol bloesem, seringen in bloei en enorme koolzaadvelden, was begonnen. De grensovergangen gaven geen problemen. In verband met de eerste mei was er geen vrachtverkeer. We overnachtten in Schluesselfeld in Duitsland en kwamen op 2 mei aan het eind van de middag weer in Sassenheim aan.
Een hoofd vol waardevolle herinneringen. Een reis die we geen van allen hadden willen missen. Wij waren dankbaar dat we behouden thuis kwamen en mochten delen met anderen. Vijftien jaar geleden leefden de bewoners van Roemenië in dezelfde omstandigheden als die nu in Oekraïne. Door hulp te bieden is er zicht op een betere toekomst. Dit geeft de moed om door te gaan met projecten. Blijven wij er met z’n allen onze schouders onder zetten?