Volg ons op
Volg ons op Facebook


Bijgewerkt op
14-08-2017
Werkbezoek aan Roemenië van: 6 oktober t/m 10 oktober 2015


Dinsdagmorgen, 6 oktober 2015, stipt op de afgesproken tijd wordt ik opgehaald door Henk Maat, waarmee we, samen met Astrid Batenburg en Fred de Leeuw via Rotterdam naar Boedapest vliegen. Hier staat, na een uurtje wachten tot alle formulieren etc. zijn ingevuld, een huurauto op ons te wachten waarmee we verder rijden naar Tileagd in Roemenië. Hier komen we ’s avonds om 21.00 uur lokale tijd aan, nadat we het laatste uur van de reis, op advies van het navigatiesysteem, een kortere maar zeer donkere weg moesten berijden.
Als gewoonlijk worden we weer hartelijk ontvangen door István en Edit Szoboszlai, de predikant en zijn vrouw, waarna er een heerlijke maaltijd op ons wacht.
De volgende dag staat in het teken van de bezoeken aan de Middenschool en 2 kleuterscholen. Op de Middenschool krijgen we een aantal hulpverzoeken aangeboden. Ook krijgen we te horen dat, wegens bezuinigingen, één schoolbusje stilstaat waarmee kinderen uit omliggende dorpen van en naar school worden gebracht. Er is nu nog één busje beschikbaar die iedere morgen 6 maal heen en weer rijdt en ’s middags vice versa met hierin 16 tot soms wel 25 kinderen per keer. Nadat we met koffie, thee en fris zijn gelaafd krijgen we een nieuwe aanbouw van de school te zien waarin toiletten zijn aangebracht. Deze zijn door de lokale overheid betaald maar echter niet aangesloten op een gemeentelijk waterleidingnet en op de riolering. Ook krijgen we de al eerder bezochte sportzaal te zien waarvoor men nog diverse attributen kan gebruiken, zoals judomatten, ballen en tafeltennisbatjes.
Vervolgens bekijken we de twee kleuterscholen in het dorp waar het afgelopen jaar twee kleine bouwtechnische aanpassingen zijn verricht die door ons zijn betaald. Alles ziet er, voor zover wij dit kunnen beoordelen, keurig uit.
In de middag hebben we eerst een gesprek met István. Wat we eigenlijk al wisten maar weer bevestigd wordt is dat deze predikant een positief en hard werkend mens is, wat blijkt uit het voortzetten van het door ons opgezette “Tafeltje-dek-je” project. De Kerk betaalt hiervan een deel van de kosten terwijl er eigenlijk onvoldoende middelen voor zijn. (gebruikers betalen naar vermogen voor een maaltijd). Men dicht kennelijk het ene gat met het andere, want de tekorten voor het tafeltje-dek-je project bedragen ongeveer 1000 Lei (€ 225,-) per maand. Gelukkig zijn de opbrengsten van de gestuurde kleding positiever dan het vorig jaar en ook met de vorig jaar geplante bosbessenstruiken, waarvoor wij een soort microkrediet hebben verstrekt, gaat het voorspoedig. Alleen duurt het nog een paar jaar voordat er een behoorlijke opbrengst (zowel in bessen als de verkoop ervan) valt te verwachten.

Het dak van het SassenheimHuis moet eigenlijk worden geďsoleerd en lekvrij worden gemaakt. István heeft hiervoor subsidie weten te bemachtigen bij de Hongaarse overheid (50%) van de kosten. De overige middelen moet hij nog zien te vinden, maar hij blijft positief. Een ander probleem zijn de orgels die in de Kerk en het SassenheimHuis staan. Deze zijn 20 jaar geleden door het Pastoraal Fonds naar Tileagd gestuurd maar zijn nu allemaal kapot en niet meer te repareren. Men heeft nu dus tijdens de dienst geen begeleiding meer en István vraagt ons of wij ook nu hem hierbij kunnen helpen. Het zou gaan om een orgel voor de kerk (hier worden de diensten gehouden als de temperatuur dragelijk is) en voor de kerkzaal in het SassenheimHuis (hier worden de diensten gehouden in de winter).

Wie heeft er nog een orgel voor deze kerk?
Later in de middag bezoeken we dokter Erzsébet Szilágyi die ieder jaar van ons een financiële ondersteuning ontvangt om medicijnen te kopen voor de arme patiënten. Ook heeft zij van ons het afgelopen jaar medicijnen, een dossierkast, drie loopsteunen en een rolstoel ontvangen. Ook nu blijkt weer de warmte en dankbaarheid die we van haar namens de patiënten mogen ontvangen zoals we dat al eerder deze week mochten ervaren van andere mensen die door ons direct of indirect geholpen worden.
Op donderdag vertrekken we ’s morgens al om 08.00 uur naar Bilghez om een bezoek te brengen aan de predikant daar. We constateren dat de weg door de bergen, die voorheen altijd zeer slecht was, bijzonder mooi is opgeknapt en komen daarom ook een kwartier eerder dan gepland aan. Het gesprek verloopt zoals we eigenlijk al jaren ervaren. De dominee en zijn vrouw kampen beide met gezondheidsproblemen, mede veroorzaakt door de situatie in het dorp (teruglopend kerkbezoek en hierdoor ook verminderde inkomsten voor de kerk/predikant) maar hij doet wat hij kan. De verkoop van kleding loopt hier minder goed door de vele concurrentie in de omliggende dorpen.
Na de lunch vertrekken we weer en gaan vervolgens door naar het ziekenhuis in Marghita, ongeveer een uur rijden uit Bilghez. Het blijkt dat één van de artsen waar we vorig jaar mee spraken geveld is door een hartinfarct waarvan hij weer herstellende is. We worden eerst ontvangen en te woord gestaan door een vrouw die daar financieel directeur is en ons uitlegt, in prima Engels, hoe het systeem in Roemenië werkt. Hier worden we bepaald niet vrolijk van. Men stelt bijvoorbeeld geld beschikbaar om een gebouw neer te zetten maar heeft vervolgens geen geld voor de inrichting van dit gebouw. Later schuift ook de manager van het ziekenhuis (Mevr. Aliz Bradács) aan die juist een bezoek heeft gebracht aan de betreffende arts. Zij kan ons dan ook zeggen dat het alweer wat beter met hem gaat.
Het ziekenhuis moet de eindjes aan elkaar knopen. Ook hier worden de mensen ouder maar ook vaker ziek. Het Ministerie wil echter niet meer geld beschikbaar stellen en de meeste mensen zijn te arm om ook maar iets te kunnen bijdragen en zijn ook vaak niet verzekerd. Als voorbeeld wordt gesteld dat het ziekenhuis voor 600 behandelingen geld krijgt. Zijn er 500 behandelingen krijgen ze geld voor 500 maar als er 700 behandelingen nodig zijn krijgt men desondanks maar voor 600 behandelingen geld.
De kleine medische artikelen die zij via het Pastoraal Fonds ontvangt kan het ziekenhuis daarom heel goed gebruiken. En zij heeft nog meer wensen, van bedrijfskleding tot zelfs apparatuur.

Nadat we door de PR man zijn gefotografeerd bij het borstbeeld van de oprichter van het ziekenhuis keren we weer terug naar ons onderkomen in Tileagd, waarna we na een heerlijke avondmaaltijd (en een glaasje Palinka) een gesprek hebben met 6 leden van de Kerkenraad samen met de predikant. In dit gesprek komt ook naar voren dat doorgaan met het Tafeltje-dek-je project hard nodig is maar dat de financiën hiervoor eigenlijk niet toereikend zijn. Ook het probleem van de orgels wordt aangekaart.
Ondanks de tekorten heeft men met Kerst een collecte gehouden voor de mensen in Oekraďne die lijden onder de oorlog daar.
Op vrijdag hebben we ons laatste bezoek; het Kindertehuis in Aleşd dat als weer twee jaar wordt geleid door de echtgenote van de dominee van de Reformatorische Kerk, Éva Dénes, die gelukkig Nederlands spreekt omdat ze au pair in Nederland is geweest.
Wat bij aankomst direct opvalt, is het ontbreken van een deel van de tuin. Hier is het afgelopen jaar een prachtige speelplaats aangelegd en zelfs een klein sportveldje. Dit blijkt te zijn gefinancierd door een groep uit Ierland. Er zijn dus gelukkig meer sponsors dan alleen het Pastoraal Fonds. Wij steunen hen al vele jaren met een bijdrage voor de stookkosten.
Ook is er een Duitse organisatie die hen steunt door fietsen te sturen die in een door de kerk gefinancierde werkplaats worden gerepareerd en verkocht. Pratend over fietsen en diefstal van fietsen krijgen we een goed advies: “Vertrouw op God, maar zet je fiets op slot”.

Nadat we hebben genoten van de eenvoudige maar smaakvolle lunch, samen met de gezellige kinderen, nemen we afscheid van deze hartelijke en bezielde vrouw en spreken de hoop uit elkaar volgend jaar weer te ontmoeten.
Zaterdagmorgen nemen we afscheid van dominee István en echtgenote Edit en vertrekken weer naar Budapest om vervolgens in het vliegtuig te stappen richting Rotterdam waar we ’s avonds om 22.30 uur aankomen.

Ik denk dat we een bijzonder nuttige en plezierige reis hebben gehad en kunnen concluderen dat we voorlopig nog niet klaar zijn met ons werk in Roemenië. Met steun en inzet van vrijwilligers / medewerkers van Kringloopwinkel Op Dreef kunnen we in ieder geval proberen een steentje bij te dragen aan de verbetering van de leefomstandigheden aldaar. Ook al zal dat ogenschijnlijk langzaam gaan. Toch moeten we blijven volhouden. Want eens………
Door een bezoek te brengen aan onze kringloopwinkel kunt u ons ook steunen.

Jan Lindhout