Volg ons op
Volg ons op Facebook


Bijgewerkt op
18-10-2017
Werkbezoek aan Oekraďne van 6 mei t/m 15 mei 2011


Vrijdagochtend 6 mei vertrekken we (Nico Broekhuizen, Astrid Batenburg, Jan Lindhout, Henk Maat en Marja Mantel) zoals gewoonlijk om 4 uur ’s ochtends uit Sassenheim richting Druten om de tolk (Mária Beuving) op te halen en vervolgens naar Oekraďne te rijden. De eerste dag zit de gang er goed in, we vorderen snel en om 18:30 uur parkeren we de auto net over de grens in Hongarije. Na een heerlijke maaltijd duiken we op tijd ieder van ons in een eigen bed om de volgende ochtend vroeg verder te kunnen reizen.
Zoals verwacht komen we op zaterdagmiddag rond drie uur aan bij de Hongaars - Oekraďense grens en daar beginnen de problemen. Waar de Hongaren geen problemen met onze bagage hebben, is dat bij de Oekraďners wel het geval. De medicijnen voor de drie doktersposten en de bloembollen mogen niet worden ingevoerd; we zijn in overtreding. Na lang heen en weer gepraat moeten we de medicijnen en bloembollen terugbrengen naar Europa, Hongarije dus. Het is nog even spannend wat de Hongaren zullen doen als ze ons zo snel weer terugzien. Maar de verklaring dat we de bloembollen niet mogen invoeren volstaat voor hen en we kunnen weer terug naar Hongarije. Gelukkig heeft Zolli (onze contactpersoon in Gát), vanaf Oekraďens grondgebied alles op afstand gade geslagen. Hij heeft zijn paspoort paraat om ook over de grens te gaan. Als hij ons ziet omkeren komt hij aangelopen en zonder ons ook maar een blik toe te werpen gaat hij over de grens bij Oekraďne en Hongarije. Als we ook in Hongarije zijn, stapt hij bij ons in en brengt ons bij een goede vriend in Hongarije. Deze neemt onze lading in ontvangst. De medicijnen zullen aan een Hongaarse arts worden gegeven. Het komt er dus op neer dat we binnen zes uur 3 keer de Hongaarse en 3 keer de Oekraďense grens zijn gepasseerd.
We worden bij Zolli en Irén thuis in Gát met opluchting ontvangen en kunnen deze dag toch heel tevreden en gezellig afsluiten. Henk, Jan en Nico vertrekken naar Józseph, daar hebben zij hun “vaste” logeeradres.
Na een stevig ontbijt gaan we zondag 8 mei om half 10 naar de kerk. Tijdens de dienst wordt ter ere van onze komst, door een koor bestaande uit jonge en oude gemeenteleden, een aantal mooie liederen gezongen. Na afloop van de dienst houdt Nico een korte toespraak die door Mária in het Hongaars wordt uitgesproken. Nico memoreert dat er een aanvraag is geweest voor nieuwe kerkbanken, maar dat in Nederland deze niet te koop zijn omdat je kerkbanken nu eenmaal niet verkoopt. (N.B. later blijkt dat de predikant en de kerkenraad de bestaande oude kerkbanken heeft laten wegslopen en laten vervangen door nieuwe kerkbanken die ook nog slecht zitten. (Veel gemeenteleden zijn hier heel ontevreden over). Nico biedt namens het Pastoraal Fonds, de voorzitter van de Reformatorische kerk in Gát een nieuwe avondmaalsbeker aan. Aansluitend hebben we ons gesprek met de diaconie, wat naar tevredenheid van beide kanten verloopt. Bij Irén en Zolli staat vervolgens een lunch klaar waarna we even kunnen relaxen voordat we ons gesprek met Irén en Zolli hebben. De dag wordt afgesloten met de avondmaaltijd en een gezellig samenzijn. Hierbij is een tolk van groot belang, anders vallen er lange stiltes.
Maandag 9 mei, een Nationale Feestdag in Oekraďne, wordt doorgebracht met alle contactpersonen. We vertrekken om negen uur met een Oekraďense bus naar de Karpaten. Na een reis van twee uur stappen we uit om na een korte wandeling bij de waterval uit te komen. De waterval is bereikbaar door over gladde stenen te klimmen, maar zelfs de ouderen onder ons durven dat aan. We lopen terug naar beneden en onze Oekraďense contactpersonen bieden ons een uitgebreide picknick aan bij het snel stromende water, midden in het park. De contactpersonen hebben alle spullen voor de picknick van huis meegenomen in de bus en na wat heen en weer geloop staat alles ter plekke. Er wordt zeer uitgebreid spek geroosterd, maar ook worden patat en kippenpootjes gefrituurd. Dat allemaal boven open kampvuren. De tafels staan vol met rauwkostsalades en alle soorten drankjes, van thee en koffie tot bier en wijn en sterker! Na enkele genoeglijke uren wordt alles weer ingepakt en gaan we naar de stoeltjeslift. We zitten namelijk in een skigebied. Na wat aarzelingen wil iedereen toch ook wel dat panorama zien boven op de berg. De één wil niet voor de ander onder doen en binnen korte tijd staan we allemaal boven. Nog wat beduusd maar ook met grote verwondering aanschouwen wij het weidse uitzicht. Weer beneden vertrekken we met de bus langs de laatste bezienswaardigheid van die dag: een bron met heilig water! Onze gids van die dag en tevens contactpersoon Béci weet echter het verhaal niet wat bij dit heilige water hoort, maar er worden wel flessen vol met water meegenomen de bus in. Om half negen ’s avonds zijn we weer terug in Gát. Het is niet alleen voor ons een zeer geslaagde dag geweest, maar ook voor alle contactpersonen. Die zijn daar ook nog nooit geweest. Zij maar ook wij hebben een fantastische dag gehad met dank aan Béci, die alles heeft georganiseerd.
Op dinsdagmorgen 10 mei gaan we naar Nagymuzsaly waar we de kleuterschool bezoeken die met geld van het Pastoraal Fonds weer veel aan het oude schoolgebouw hebben kunnen renoveren. De muren, kozijnen en vloeren. Als tweede staat de dokterspost op het programma waar ze graag willen laten zien wat zij nog verwezenlijkt willen hebben, o.a. verbeteringen aan de steriele kamer. Verder komt er een fysiotherapeut te werken, maar de ruimte daarvoor heeft nog geen elektriciteit. Naast de dokterspost woont de dominee, een knappe jonge man, die heeft ook nog wat wensen voor de kerkelijke zalen van de pastorie. Zoals een nieuw raam, een nieuwe voordeur en verbeteringen in de keuken. Een bezoek aan de middenschool is ons volgende doel. De directrice is een pittige tante die weet wat ze wil en zich niet zomaar met een kluitje in het riet laat sturen. Onze contactpersonen Erzsébet en Marianna vergezellen ons en met hen hebben we een gezamenlijke lunch. Hierna rijden we naar Kigyós. Hier verwelkomt Eva ons samen met haar zoon Ferry en zijn vrouw Judith.Ferry en Judith wonen bij Eva in sinds haar man vorig jaar zomer is overleden. Samen met hen bezoeken we de nieuwe, pas gekozen burgemeester die de komende vijf jaar veel in het dorp wil realiseren. Speciaal voor ons is het dorpshuis flink schoongemaakt en koffie en koek staat klaar. Hierna gaan we samen met Eva, Ferry en Judith naar het graf van Ferry senior. We hebben daar een krans achtergelaten.
Op woensdag 11 mei blijven we in Gát en hoeven we dus niet (ver) te rijden. Eerst bezoeken we de kleuterschool die vorig jaar volledig is gerenoveerd en die wordt geleid door een directrice die hygiëne hoog in het vaandel heeft staan. Het is er super schoon en het ruikt er heerlijk fris. Buiten zowel als binnen ziet het er gezellig en vrolijk uit. Ter ere van ons wordt een Hongaars dansje uitgevoerd, wat erg vertederend is. Dan op naar de dokterspost die vlak om de hoek ligt. Bak Olga, de vrouwelijke arts, laat ons de nieuwe ramen zien die door het Pastoraal Fonds zijn gefinancierd. Helaas ontbreken de vensterbanken en het geheel is niet afgewerkt. Het blijkt dat de aannemer het niet goed heeft begroot en daarom kon niet alles worden gedaan. We lopen in tijd wat uit en vertrekken daarom al snel om in de middenschool de keuken van Tafeltje dekje te bekijken. Eind vorig jaar is immers de keuken van de voormalige Schutse naar deze keuken gestuurd. Omdat ook de directrice van de middenschool geld had gekregen om de keuken op te knappen viel dit heel goed samen. We gebruiken de lunch uit de keuken op het podium van de grote zaal. Na de lunch gaan we naar Roman Erika, de directrice, die met veel passie voor haar werk ons enthousiast op de hoogte brengt van alles wat al verwezenlijkt is. Van oud-burgemeester Lörincz Béla nemen we op het Gemeentehuis ook afscheid. De volgende keer dat we hem weer zien ontvangt hij ons in de gedaante van een goede vriend, zoals hij zelf zegt. We brengen nog een bezoek aan Csikós. Dit is een zeer kleine gemeenschap die bij Gát hoort en waar Lörincz Béla zich nu graag voor wil inzetten. Ons wordt gevraagd een jeugdhonk op te knappen We bekijken de mogelijkheden om daar hulp te kunnen bieden. Dat wordt ons nog eens duidelijk gemaakt door een gemeenteraadslid van slechts 23 jaar die in Csikós woont. Hij wil voor het toezicht graag verantwoordelijk zijn.
Op donderdag 12 mei staat Balaszér als eerste op het programma. We worden ontvangen door Béci, zijn vrouw Vicky en hun schattige dochtertje Karina van negen maanden en oma Margit. Béci neemt ons mee naar de kleuterschool om het nieuwe dak te laten zien wat gerealiseerd is. Er wordt een stukje (sprookje) opgevoerd door de kleuters. De moraal van het opgevoerde sprookje is: alle beetjes helpen. ’s Middags bezoeken we de kleuterschool en de dokterspost van Kisbégany. Ook hier worden we hartelijk ontvangen door Kati, die ons rondleidt in de totaal gerenoveerde dokterspost. Later in de kleuterschool worden de kinderen speciaal voor ons uit bed gehaald; natuurlijk ook om de presentjes te ontvangen die we wederom hebben meegebracht. Kati zou Kati niet zijn als ze het dorp niet op de hoogte zou hebben gebracht van onze komst want menigeen komt even langs om ons te bedanken voor alle steun die ze krijgen uit Sassenheim.
Vrijdag 13 mei gaan we naar Csonkapapi. Het laatste dorp wat we bezoeken en tevens het verst gelegen van Gát. Onze contactpersoon hier is Peter Zoltán. Vorig jaar heeft hij een hersenbloeding gehad. Het doet ons goed om te zien dat hij daaraan niets heeft overgehouden. Hij leidt ons rond in de kleuterschool en de keuken van Hoop en Liefde (tafeltje dek je). Deze laatste wordt bemand door een zeer gezellige en goedlachse dame die ons laat proeven wat de mensen te eten krijgen. Nou, wij kunnen vertellen dat het erg lekker is.
Op zaterdagochtend 14 mei, om half zes in de ochtend vertrekken we uit Gát richting Druten.
In Druten nemen we afscheid van onze tolk Mária, die dat zichtbaar moeilijk vindt. Ook zij heeft heel erg genoten van de reis en de opgedane ervaringen in Oekraďne (waar je niet zomaar heen gaat voor een vakantie). Ook het Pastoraal Fonds heeft erg veel aan haar gehad en we konden duidelijk merken dat ze ervaring heeft met professioneel tolken. In de tijden dat ze eigenlijk vrij was werden diverse aanvragen en brieven vertaald. Ze had er heel veel schik in.
Vervolgens rijden we naar Sassenheim, waar we zondagmiddag om half 5 weer veilig en zonder problemen aankomen.


Astrid Batenburg
Sassenheim, 16 mei 2011