Volg ons op
Volg ons op Facebook


Bijgewerkt op
11-12-2017
Werkbezoek aan Oekraďne van 30 april t/m 9 mei 2009


Op Koninginnedag vertrekt de delegatie van het Pastoraal Fonds, bestaande uit Nico Broekhuizen, Jan Lindhout, Henk Maat en Marja Mantel, zoals gebruikelijk om 04.00 uur uit Sassenheim. Na een reis zonder al te veel oponthoud komen we om 18:30 uur aan bij de Hongaarse grens, die zonder enige controle mag worden gepasseerd. We overnachten net over de grens in het Paprika Scárda Hotel. De volgende ochtend rijden we eerst naar Budapest om onze tolk, Enikö de Bondt, op te halen bij het vliegveld. Omdat het vliegtuig pas om 14:30 uur wordt verwacht geeft het ons de gelegenheid om een uitstapje te maken in Budapest. Omdat het 1 mei is en heel veel inwoners Budapest verlaten, vinden we al heel snel een goede parkeerplaats aan de voet van de Burchtheuvel (Várhegy). We genieten van het uitzicht op de Donau (Duna), de Kettingbrug (Széchenyi Lánchid) en het Parlementsgebouw (Országhaz).

Daarna lopen we naar de Matthiaskerk (Mátyás templon) en zien het ruiterstandbeeld van koning Stefanus 1 (ook István genoemd) en het beroemde Vissersbastion (Halászbástya).



Na te zijn teruggelopen naar onze auto rijden we met de Tom Tom (Jan) in één keer naar het vliegveld. Een half uur eerder dan gepland komt Enikö met het vliegtuig aan. Op naar Oekraďne. Rond 18:30 uur komen we aan bij de Oekraďense grens. De papiertjes worden ingevuld en het wachten gaat beginnen. Om 18.55 uur wordt gemeld dat we nog 10 minuten moeten wachten, want er is een wisseling van ploegen. Daarna komt er een man in uniform die ons laat weten geen Hongaars (en zeker geen Engels of Duits) te spreken, maar op zoek zal gaan naar een collega. Inmiddels verstrijken er weer 15 minuten. We kijken naar geüniformeerde personen die ons busje doelloos links en rechts passeren en keurden ons geen blik waardig. Het is inmiddels als 19:30 uur geworden en Nico moet bij een hokje komen. Ze vragen naar een verklaring van de notaris bij de huurovereenkomst van ons personenbusje. Die is er natuurlijk niet. Nico krijgt de waarschuwing dat hij deze volgende keer dan wel bij zich moet hebben. (Later hoorden we van onze contactpersonen dat het enkel om geld te doen is).
Op zaterdag 2 mei is de gemeenschappelijke dag in het gerenoveerde dorpshuis in Kigyós. Als we om 10:00 uur aankomen is de tafel al gedekt. Drank, koffie en gebak staan klaar.

Er is geen agenda en er worden enkele wetenswaardigheden en ervaringen uitgewisseld. De inflatie heeft in Oekraďne behoorlijk toegeslagen. De ruilhandel bloeit. Leerlingen van de lagere school zeggen gedichten op die gericht zijn op Moederdag (3 mei in Oekraďne), door oudere jongens en meisjes wordt op rockmuziek gedanst en door een groep oudere dames worden enkele klassieke Hongaarse liederen gezongen.


Vervolgens vertrekken naar een wijnkelder in Beregovo. We proeven originele Oekraďense wijn en krijgen onbekende vleeswaren en kaas voorgeschoteld. We nemen ten slotte maar een ijsje.

Op zondag 3 mei gaan we ’s morgens naar de kerk in Gát. In de kerk zitten de dames en heren gescheiden. De dames (Marja en Enikö) willen deze traditie niet verbreken en zitten dus apart van de heren (Jan, Henk en Nico), die daardoor ook verstoken zijn van een tolk. Gelukkig staan de liederen vermeld op een bord. De predikant spreekt de heren aan het einde van de dienst aan in het Hongaars, maar de Sassenheimse heren begrijpen het (zogenaamd) niet. De vraag is namelijk of we iets willen zeggen. Nee (Nem). Omdat het Moederdag is wordt door een groep jongens en meisjes een vers opgezegd en gezongen. De moeders krijgen bij de uitgang een bloem (anjer) aangereikt. Daarna volgt een gesprek met de zeven leden van de diaconie. De diaconie heeft inmiddels zoveel ervaring met de verspreiding van voedselpakketten en kleding dat er eigenlijk niets te overleggen valt en de bijeenkomst duurt dan ook kort.

Na de middaglunch (zeg maar maaltijd) bij burgemeester (Lörincz, Béla) gaan we naar het buurtschap Csikós (30 inwoners) dat ongeveer 5 kilometer van Gát ligt, maar wel onder de gemeente Gát valt. De weg (3 km) erheen is een ware martelgang voor onze personenbus. Het zijn alleen maar gaten. De burgemeester is zelf niet zo enthousiast om daar heen te gaan, want de gemeente investeert niets in dit dorp en als hij zijn gezicht laat zien laten de inwoners duidelijk blijken dat ze ontevreden zijn. Het buurtschap ademt een en al rust en een kudde schapen doet zich te goed aan het gras rondom een aantal verlaten gebouwen.

We gaan naar een gebouw dat in het begin van Csikós staat. De helft van dit gebouw is met financiële hulp van het Pastoraal Fonds opgeknapt en doet nu dienst als EHBO-post. De andere helft is niet in gebruik en ziet er verwaarloost uit. Mogelijk kan dit wel worden opgeknapt en geschikt worden gemaakt voor de jeugd. Als we buiten staan komen een 5-tal jongens en meisjes langs, die dagelijks naar de school in Gát worden gebracht. Hun vervoer wordt gefinancierd door het Pastoraal Fonds.

Bij terugkomst gaan we eerst even naar de begraafplaats waar we op het graf van Marta (de overleden vrouw van Jozsef; waar Henk, Jan en Nico al vele jaren logeren als zij in Oekraďne zijn) een krans leggen.

Daarna gaan Henk, Jan en de burgemeester naar het “stadion” van Gát waar een voetbalwedstrijd wordt gespeeld tussen de plaatselijke club Gát en een ploeg uit Benne (bij Beregovo). Ze zitten heerlijk in het zonnetje en zien dat drie doelpunten worden gemaakt door de thuisclub. Uiteindelijk zal het 6-1 worden. De burgemeester is trots en gaat met het elftal een biertje drinken in de plaatselijke gelegenheid.
Maandag 4 mei blijven we de hele dag in Gát. We beginnen met een bezoek aan de kleuterschool. Hier vindt een grote verbouwing plaats die mede wordt gefinancierd door een subsidie van het NCDO. (voor foto’s zie voorpagina “Gát). De burgemeester, Lörincz Béla, die ook de verbouwing begeleidt, staat ons al op te wachten. Trots toont hij ons trots de nieuwe voordeur en de nieuwe kunststof thermopane buitenramen, een opgeknapt lokaal, de direct vanuit het lokaal betreedbare nieuwe toiletruimte met douche, de verbouwde slaapzaal en de opgeknapte gangen,. Het ziet er bovenverwachting goed uit. De bouwvakkers zijn druk bezig en laten zich niet afleiden door de bezoekers. Daarna worden de zaken getoond die nog moeten gebeuren. Dat is nog heel wat. Op het Gemeentehuis praten we verder over de werkzaamheden.

We dringen er dan bij de burgemeester op aan dat de eerste fase van het project uiterlijk 1 juni 2009 klaar moet zijn. De burgemeester schrikt ervan, want dat is volgens hem niet haalbaar. Hij vraagt twee maanden uitstel voor de eerste fase. Om de subsidie van het NCDO niet verloren te laten gaan moet dit in Nederland nog wel worden aangekaart. Ook maken we afspraken voor werkzaamheden in de tweede fase, die op 1 augustus 2009 zullen moeten beginnen.
Tussen de middag eten we samen met het hoofd van de school, de burgemeester en Irene in de grote zaal van de lagere school. We eten het menu van die dag van het “tafeltje dekje”.

Henk gaat nog mee met Zoltan om tijdens het wegbrengen van de maaltijden wat foto’s te maken.

Daarna kan hij ook aanschuiven. Op het menu staat soep en töltött káposzta (gevulde koolrolletje) met rijst. Daarna een kopje koffie met een gebakje.
Aansluitend gaan we met het hoofd van de lagere school, Román Erika, naar de lokalen waar nieuwe vloeren zijn gelegd, de verbouwde toiletten en de nieuwe bronpomp voor de watervoorziening van de school. Er hoeft nu niet meer gebruik te worden gemaakt van de lekkende watertoren zo’n twee honderd meter van de school. We bespreken mogelijk nieuwe projecten (ramen, dakgoten e.d.)


Na dit bezoek gaan we naar de dokterspost, naar Bak Olga. Ze wacht ons heel hartelijk op. Voor de overhandiging van de medicijnen, de kraampakketten, de bloedsuikermeters/strips en de Betadine door Marja kleedt zij zich om in een wit doktersoutfit.

Ze is heel blij met alles en laat dit later blijken als zij in een aparte ruimte een rijkelijk gevulde tafel toont. We moeten aan de cognac of wodka of we willen of niet. Ook de sinasappelen en bananen moeten worden opgegeten en daar tussen door een gebakje en een kopje koffie.

Ook zij heeft nog wel wat wensen voor de nog steeds goed uitziende dokterspost, waar dagelijks zo’n 80 tot 90 patiënten komen.

Op dinsdag 5 mei gaan we naar Kigyós waar Eva ons in de tuin ontvangt. De tafel staat op de plaats waar een paar weken eerder de tulpen nog bloeiden.

Ze vertelt ons dat een delegatie van de kerk ons wil vragen de huidige lagere school te verbouwen zodat het een christelijke lagere school kan worden. De vrouw van de predikant zal het ons uitleggen. Als we bij het dorpshuis/gemeentehuis aankomen worden we hartelijk begroet door de burgemeester. Hij nodigt ons uit in een zaal van het gemeentehuis waar de vrouw van de predikant, het toekomstig schoolhoofd en haar schoonzoon ons opwachten. We horen het verhaal aan maar zijn niet echt enthousiast.

We eten bij Eva thuis en vertrekken daarna naar Nagymuzsaly, naar Marianna en Erzsébet. We gaan eerst naar de kleuterschool waar een nieuwe toiletruimte is gemaakt. In de oude ruimte groeide een tak van de boom dwars door de ruimte.


Ook wordt een naastgelegen ruimte getoond en zien we dat de radiator niet meer aan de muur hangt, maar op blokken staat. Er zitten grote gaten in de muur en het hout van het raam is verrot.
We gaan vervolgens naar de lagere school. Bij het gebouw aangekomen zien we de nieuwe ramen (kunststof en thermopane) en de nieuw dakgoot met afvoeren tot de grond. De directeur van de school toont ons trots de aanpassing en vertelt dat de stookkosten in de winter met 18 % zijn gedaald.


Ook lokalen waar de leerlingen in de winter hun jas aan moesten houden konden nu zonder problemen worden gebruikt. Alle muren blijven nu goed droog omdat het water goed wordt afgevoerd. We kijken in een aantal lokalen waar de vloeren nog niet zijn vervangen en er dan ook niet goed uitzien. Vanzelfsprekend worden de ramen aan de andere kant van de school genoemd. Het zijn wel 62 ramen! Bij Marianna en Erzsébet thuis worden de andere zaken doorgesproken en blijken er zo’n 6-tal aanvraagformulieren voor nieuwe projecten klaar te liggen.

We gaan ’s avonds uit eten in Beregovo. Een nieuwe ervaring, want de maaltijden moet vooraf worden besteld. Er wordt vooraf gevraagd wie er patates frites en wie aardappelpuree willen bij het vlees. Het lijkt zo’n beetje half om half. Bij het binnenbrengen van de maaltijd blijkt dat op ieder bord patates frites en aardappelpuree ligt (half om half).

Joszef is ook komen eten. De aangeboden wijn vindt hij maar niets. Er gaat niets boven zijn eigen rode wijn (vörös bor).

Op woensdag 6 mei zijn we de hele dag in Csonkapapi, bij Zoltan. Hij is de contactpersoon voor meerdere dorpen. We hebben er de hele dag voor uitgetrokken want we vinden het belangrijk om alles eens goed met hem te kunnen bespreken. Onze eerste bestemming is de kleuterschool. Al vele jaren een school met opgewekte juffrouwen en kinderen. We krijgen weer een voorstelling, waarna wij plakplaatjes en zakjes met stuiters uitdelen. Ook hebben we Lego Duplo mee, dat in de Kringloopwinkel “Op Dreef” in Sassenheim wordt gespaard. Bij het openen van de zak stormen de kinderen op de gekleurde stenen af en beginnen meteen te spelen.


We bezoeken de “Keuken van Hoop en Liefde”. De keuken is ingericht in een van de ruimten van de kleuterschool, maar heeft wel een eigen ingang. Hier worden de maaltijden bereid voor zo’n vierendertig personen in het dorp. De drie dames in de keuken zijn heel enthousiast en laten ons proeven van de heerlijke soep. De maaltijden worden met de auto en/of met de fiets rondgebracht. De keuken wordt deels gefinancierd door de Gemeente in de vorm van pensioenen voor de kooksters, gas en elektriciteit, bijdragen in de vorm van groenten en vlees. Anderzijds wordt de keuken gefinancierd door het Pastoraal Fonds. Er is inmiddels een wachtlijst van zo’n dertig personen.



Vanzelfsprekend zijn er nog de nodige wensen om de keuken verder in te richten.
Met Zoltan wordt uitgebreid gesproken over de kledingtransporten naar de Oost-Europazending en de verspreiding van de kleding over de 7 dorpen. Over het algemeen is men tevreden over de kwaliteit van de kleding, maar men zou eigenlijk nog iets kritischer kunnen zijn. Ook is er een sterke behoefte aan jongenskleding. Kleding voor meisjes komt in voldoende mate.
Op donderdag 7 mei gaan we eerst met Béla (Béci) naar de kleuterschool van Balaszér. Hier zijn na de toiletten nu ook de entree en de gang opgeknapt. Er is gekozen voor de pasteltinten groen en roze. Het ziet er goed uit.


We lopen door verschillende ruimten en men toont ons wat er eigenlijk nog moet gebeuren. Buiten wachten de kinderen op hun surprise. Hier laten we ook Lego Duplo achter.
Daarna gaan we naar de lagere school in Balaszér. Hier komen we voor de eerste keer. Er is een aanvraag voor de verbouwing van de keuken. Als we er binnenkomen ruiken we de vis die gebakken wordt. We moeten er ook van proeven. Het smaakt goed. Er wordt uitgelegd wat er allemaal gedaan moet worden: nieuwe riolering voor de afvoer van de wasbakken, nieuwe tegels op de vloer en aan de wanden, nieuwe wasbakken en nieuwe waterleidingen. Het is hard nodig.



Met de directeur praten we ook nog over andere zaken die opgeknapt moeten worden.
Na de lunch bij Margit in Balaszér rijden we naar Kisbégány waar Katy ons al met veel ongeduld opwacht. Er is wat consternatie over het programma, want een bezoek aan de kleuterschool staat er niet op en we willen er toch even heen. We brengen daar ook weer Lego Duplo, de plakplaatjes en de zakjes met stuiters. De burgemeester is er toevallig ook? Hij wijst ons op de kwaliteit van de ramen. Er is immers al nieuwe verwarming aangelegd, maar de warmte verdwijnt zomaar naar buiten. De toiletten kunnen overigens ook wel een opknapbeurt hebben!

Nog even naar de dokter. Hij staat perplex van al die dozen die worden binnengedragen: medicijnen, kraampakketten, glucosemeters en Betadine. Hij toont ons trots het ECG apparaat dat het met het geld van het Pastoraal Fonds heeft aangeschaft. De contactpersoon heeft bij hem bedongen dat de mensen die een onderzoek met het ECG-apparaat moeten ondergaan daarvoor niets hoeven te betalen. De dokter ging daarmee akkoord. Wij hebben echter aangedrongen een bepaalde termijn aan te houden, anders heeft de dokter helemaal geen inkomsten.


Bij vertrek wordt een foto van de dokter met zijn personeel gemaakt.

Bij terugkeer in het huis van Katy wordt wel het een en ander op tafel gezet, maar er was uitdrukkelijk afgesproken dat er in Gát bij Zoltan en Irene zou worden gegeten. Katy is zeer teleurgesteld en we moeten beloven dat we volgend jaar bij haar komen eten.
Terug in Gát nuttigen we ons avondeten. We krijgen dan ook bezoek van de predikant van Gát die ons komt uitleggen dat hij graag een beamer wil hebben voor al het evangelisatiewerk in de drie dorpen. We vinden dat heel vooruitstrevend omdat het aantal computers en aansluitingen op het internet nog zeer beperkt is. Het verzoek wordt meegenomen naar Nederland.
Na een korte nachtrust vertrekken we op vrijdag 8 mei om 05.30 uur uit Gát.
Bij de Oekraďense grens zijn er helemaal geen problemen. Bij de Hongaarse grens wordt alles gecontroleerd. Alle koffers en dozen moeten open en ook het luik boven de cabine wordt niet overgeslagen. Vuile kleding en souvenirs.
Na een voorspoedige en snelle terugreis komen we zaterdag 9 mei rond 15:00 uur in Ammerstol aan waar we Enikö bij haar man en twee kinderen afleveren. We nemen afscheid en gaan naar Sassenheim, waar we rond 16:30 uur aankomen. Moe maar voldaan.

We zijn blij dat we deze reis gevrijwaard zijn van ongevallen of andere tegenslagen. De gesprekken zijn goed verlopen en het ziet er naar uit dat er ook in 2010 de nodige projecten kunnen worden ondersteund. Ja welke, dat moet nog worden bekeken en dat hangt mede samen met de inkomsten van de Kringloopwinkel “Op Dreef”. De vrijwilligers/medewerkers van de Kringloopwinkel “Op Dreef” en de klanten die de goederen kopen maken de activiteiten van het Pastoraal Fonds mogelijk. Dat mogen we niet vergeten.