Volg ons op
Volg ons op Facebook


Bijgewerkt op
14-08-2017
Werkbezoek aan Oekraďne van 9 mei t/m 18 mei 2002


Op donderdag 9 mei 2002 vertrekken we om vier uur 's morgens uit Sassenheim en gaan op weg richting Oekraďne. De auto is vol met spullen zoals speelgoed en truien voor de kinderen van de kleuterschool, een microscoop voor de arts in Gát, een springplank en een bok voor de gymzaal van de lagere school en dan ook nog onze bagage. We zijn met zes mensen. De eerste uren is het stil in de auto omdat we nog wakker moeten worden. Langzaam wordt het licht. Het is een prachtige lentedag. Als we in Duitsland zijn stoppen we voor koffie. Even de benen strekken en weer snel verder. Om 18:30 uur zijn we in Levél in Hongarije, bij hotel Helena. De kamers zijn eenvoudig en schoon. We eten en gaan vroeg slapen. Iedereen is vermoeid van de 1300 kilometer lange rit.
De volgende ochtend ontbijten we om half acht en na een korte wandeling vertrekken we richting Boedapest. Eerst rijden we nog een stuk snelweg, maar na Boedapest zijn het alleen binnenwegen en ondertussen genieten we van het mooie landschap.

Om 16:30 uur zijn we bij de predikantenfamilie Hézser. De vrouw van de predikant is onze contact persoon in Hongarije. Na het avondeten hebben we een gesprek met haar in de tuin.
Zaterdag 11 mei ontbijten we om 8:00 uur in de kantine van het ziekenhuis. Daarna gaan we op weg naar de Oekraďense grens. Onderweg ontmoeten we de zoon van de familie Hézser, hij zal ons helpen bij de grensovergang, dat verloopt prima, al duurt het wel drie uur voor we de grens over zijn en dus in Oekraďne. Vanaf de grens is het ongeveer 40 km naar Gát. We realiseren ons al snel dat het hier anders is dan in onze westerse wereld. Een toilet is hier een 'poepdoos' achter op het erf. Dit is toch een schok voor diegenen onder ons die dit land voor het eerst bezoeken. We logeren bij twee gastgezinnen. We bezoeken de beide overnachtingadressen en wandelden daarna rond in het dorp. Het regent, de laatste regen die deze week valt. Verder praten, eten, drinken en slapen.

Zondag 12 mei staan we om 7:00 uur op. We halen buiten een groene teil koud water en wassen ons. Het is even wennen maar toch wel leuk hier. We krijgen koffie met cognac. Dat is wat vroeg voor ons en als onze gastvrouw, niet kijkt gieten we de cognac snel terug in de fles. Voor het ontbijt wandelen we door het dorp. Om kwart over 8 is er ontbijt en daarna gaan we naar de kerk.

Iedereen wacht buiten tot de klok begint te luiden. Dan gaan eerst de meisjes zonder hoofddoek, daarna de vrouwen met hoofddoek en vervolgens de mannen naar binnen. Alles heel geordend en volgens ongeschreven regels. Om 10:00 uur begint de kerkdienst. Er wordt een baby gedoopt waarbij drie echtparen de kerk binnenkomen met de baby. Tijdens de doopdienst staan de echtparen helaas met hun rug naar de gemeente.

Na afloop van de plechtigheid kunnen we pas zien wie de vader en moeder zijn. De liederen worden zeer langzaam gezongen, hele noten, en de tekst is voor ons niet te begrijpen. Nico Broekhuizen, de voorzitter van het Pastoraal Fonds, leest een stuk uit Judas voor. Riet Geldof, spreekt vervolgens in het Hongaars een boodschap uit van de beide Kerkelijke gemeenten in Sassenheim. Na de dienst gaan we 'overleggen' met de Kerkenraad en delen snoep uit aan de kinderen.

We hebben ook spullen voor de kinderdienst bij ons zoals kinderbijbels, papier, stiften, vouwblaadjes enz. Daarna bezoeken we een Roma-zigeunerkerk in aanbouw. Door de zigeunerbevolking een eigen kerk met schoolruimten te geven hoopt vooral de predikant dat de zigeunerkinderen ook met meer regelmaat het onderwijs gaan volgen.

Op het programma voor zondagmiddag staat: het bezoeken van arme gezinnen en naar de voetbal. We zien de jeugd van Gát voetbal spelen in de, door ons opgestuurde, Ter Leede shirts.

De gezinnen die we bezoeken zijn zeer arm en we zijn geschokt door wat we hier zien.


Huisjes half ingestort en alleen ruimte voor bedden op een klei vloer. We bezoeken zieke mensen, ze liggen in bed en er is bijna geen verzorging. In de winter is het hier erg koud. Er is niet genoeg geld om te stoken en dekens zijn ook schaars. Men probeert zich warm te houden door al de kleding op de dekens te leggen. We bezoeken ook de contactpersonen (dames) in Kigyos. Aan de overkant woont Micky met zijn zus van zestien en twee grotere broers. De ouders van deze kinderen zijn weg, de jongens zijn aan de drank en het zusje kreeg al een kind van de oudste broer. Het is donker in huis en het stinkt! Micky is een lieve jongen en onze contactpersoon probeert hem te begeleiden in de hoop dat er nog een kans is dat hij iets van zijn leven gaat maken. Ook heeft zij een lijst met namen van mensen die regelmatig brood krijgen. Een chauffeur gaat deze mensen af en brengt het brood bij ze thuis. Het gaat hier om ongeveer 20 tot 25 families. Sommige families krijgen twee broden. Ook zorgt zij dat deze gezinnen olie, suiker en meel krijgen. Er leven 900 mensen in Kigyos. Ongeveer 50 gezinnen krijgen hulp en zij stelt vast wat er nodig is in welk gezin. Dit werk doet ze alleen en met veel liefde!

Op maandag 13 mei staan we weer om 7 uur op, wassen ons met koud water in de groene teil, het begint al te wennen. We bezoeken de kleuterschool en delen de truien uit

Voor ieder kind is er een trui met bijpassende muts.

Ze worden meteen gepast en we zien hoe blij de kinderen zijn, ook al is het vandaag een beetje warm. We bekijken de ruimte die gereserveerd is voor het toekomstige dagverblijf voor bejaarden.

Dit ligt aan de achterkant van het gebouw. Het ziet er allemaal oud en verwaarloosd uit maar wij denken dat de ruimte wel heel geschikt zal zijn. Het heeft een eigen ingang en de keuken is dichtbij. Er zijn dus prima mogelijkheden. De verwarming is echter niet goed meer en de verwarmingsbuizen zijn niet goed geďsoleerd.

Er is dus nog veel te doen voor de bejaarden er kunnen komen. De keuken moet worden opgeknapt omdat het ook de bedoeling is om tafeltje dekje te organiseren voor zieken en bejaarde die niet naar het dagverblijf kunnen komen. Dit project geeft ook weer aan meerdere mensen een baan wat prima is omdat 90% van de mensen hier werkeloos is! We bezoeken vervolgens het gemeentehuis.

Vervallen en oud. Maar de wodka en ook de hapjes staan al klaar. Dan bezoeken we de lagere school voor de kinderen tot zestien jaar. Als we er naar toe lopen zien we meteen het nieuwe ketelhuis. Prachtig in de verf. De leidingen die naar de school schopen zijn goed geďsoleerd. De school telt 400 leerlingen, van wie er 180 elke dag brood en melk krijgen op school. Dat stimuleert veel kinderen om te komen. We bekijken de school en zetten de springplak en de bok in de gymzaal. Om de beurt springen we erover.

We bekijken het nieuwe ketelhuis, de computers en de naaimachines.Allemaal uit Nederland. Weer krijgen we te drinken en er worden veel foto's van kinderen gemaakt.

Na de lunch bezoeken we de prachtig opgeknapte dokterspraktijk. De arts krijgt een microscoop van ons en ze is er erg boldog (blij) mee.Ook ontmoeten we de tandarts. Hij heeft nogal wat wensen. We luisteren naar hem en nemen de wensen mee om thuis te bespreken. ’s Middags gaan we naar een gehucht niet ver van Gát, Csikos.

Ook daar is het armoedig, de mensen hebben zeer oude, en versleten kleren aan en zijn zeker niet proper. ’s Avonds eten we bij de burgemeester. De TV staat de hele avond aan en dat maakte het er niet gezelliger op. Hij is trots dat hij een TV heeft! Mevr. Heszer praat aan een stuk door. We willen lopend terug naar ons logeeradres maar het is aardedonker buiten en onmogelijk om te lopen. We worden daarom door de burgemeester naar huis gebracht.
Dinsdag 14 mei staan we weer vroeg op. We raken al aardig gewend aan dit leven. We brengen de kinderen van de lagere school nog even een cadeautje. Voor al de kinderen van de laagste klassen is er iets. Die dag gaan we naar de Karpaten. We mogen niet met onze eigen auto, want men was bang dat we onderweg problemen krijgen met de politie of zo. Dan merk je dat deze mensen nog steeds veel angst hebben. Er zijn telefoontjes met dreigende taal ontvangen. Dus gaan we met vier oude autootjes en scheurden door het prachtige Oekraďense landschap. Het is ruim 3 uur rijden. Onderweg halen we bronwater uit een bron.

Wat een mooi land en wat een prachtig weer. We genieten van de natuur en het leuke gezelschap van al deze lieve mensen. De weg is een ramp. Grote gaten dwingen ons om een slalom te rijden. De motor van een van de auto’s kookt regelmatig en dus moeten we dan even stoppen om hem af te laten koelen. We passeren een groot sanatorium dat half afgebouwd en verlaten is.

Geld op! Op de eindbestemmingen gaan we wandelden. Het is er werkelijk prachtigTijdens de barbecue worden stukken spek en ham aan stokken boven het vuur gehouden, waarbij het vet eraf druipt. Dit vet wordt opgevangen op het brood en de rauwkost. De dominee, burgemeester. Het schoolhoofd en onze gastheer Zoltan hebben grote pret en de tijd vliegt.

De bor (wijn) en wodka zijn ruim aanwezig en dat verhoogt de stemming. Het is 6 uur ’s avonds als we weer thuis zijn. We wassen ons en gaan eten bij de dokter. Heel gezellig. Onze gastvrouw haalt ons op en om 10:00 uur liggen we in bed.
Woensdagmorgen is er wat verwarring voor het ontbijt. De (oud) bisschop is er. Het is een oude man van 78 jaar. Hij heeft gevangen gezeten voor zijn geloof tijdens het communistische regiem. Hij straalt zoveel geloof en vertrouwen uit en het is heel bijzonder om hem te ontmoeten. Hij wil graag dat we helpen de kerk voor de zigeuners af te bouwen, daar heeft hij nog $10.000,- voor nodig. Het is een mooi en zinvol project. We nemen het verzoek mee. Samen met de bisschop is er ook nog een dominee uit een dorp ruim een uur weg. Hij wil ons bedanken voor de gift van het Pastoraal Fonds, waardoor hij nu brood kan geven aan de aller armste van zijn dorp. Er wonen daar bijna alleen oude mensen. De jongeren trekken weg. Er is daar een probleem met de taal. Hongaars en Oekraďens lopen door elkaar en de Oekraďense taal kreeg de overhand. Dit is erg voor deze Hongaarse mensen. Na het ontbijt bezoeken we weer contactpersonen in verschillende dorpen. Het is schokkend wat we te horen en te zien krijgen.

Gelukkig zijn deze contactpersonen er om ons te helpen ter plaatse de nood wat te verzachten. Dit is niet altijd even gemakkelijk. Men wordt ook regelmatig bedreigd.
In Csonkapapi bezoeken we een kleuterschool. Twee jaar geleden is deze school door de overstromingen ernstig beschadigd. De buitenzijde wordt met financiële hulp van het Pastoraal Fonds helemaal opgeknapt. Als we aankomen, is men nog bezig met het schilderen van de buitenmuren. De kinderen kunnen echter niet naar school want ook het interieur moet nog worden opgeknapt.

Daarna gaan we naar de plaatselijke dokter. Hij ziet er geweldig uit met die prachtige witte haardos. De dames in ons gezelschap vinden hem zeer charmant.

We zijn vol bewondering voor al deze lieve mensen. Overal staat eten en drinken voor ons klaar. We voelen ons altijd welkom maar ook schuldig dat we zoveel aangeboden krijgen van het weinige wat ze hier hebben. Als we op weg terug zijn worden we op een stille weg, waar het aarde donker is, aangehouden door politie met een paar grote honden. Nico Broekhuizen moet zijn papieren laten zien en daarna kunnen we weer door rijden. Een heel anstige ervaring.
Donderdag 15 mei 2002 zijn er in Nederland verkiezingen. De verkiezingsuitslag wordt ons via de telefoon meegedeeld: CDA.: 43 zetels, LPF 26 zetels; VVD: 24 zetels en de PvdA: 24 zetels. Wat een uitslag!
We zijn al weer vroeg opgestaan, wassen (koud water) plassen (op de poepdoos) en dan ontbijten. De burgemeester en het schoolhoofd komen en ook een zekere Béla? Er wordt veel gepraat in het Hongaars. Ed Nieuwenhuis en Betty Wilbrink ontsnappen even en bezoeken een moeder met twee tieners. Het is onwerkelijk hoe deze mensen leven. In het een kamertje staan drie bedden en een klein tafeltje van 40 bij 50 centimeter. Verder is er een bakje met een kraan erboven. Dat is alles. Er staat geen stoel of kast. De kleding ligt op de bedden met een kleed eroverheen. Er staan wat oude pannen op de vloer van hartgetrapte aarde. Er is maar een vertrek in gebruik, de rest van dit huisje is ingestort, kijk je omhoog kan je zo de blauwe lucht zien. Dit gezin leeft van 3 euro per maand (bedenk dat een fles shampoo 3 euro kost). Ze verbouwen eigen groente en hebben een paar kippen.

Het is een vriendelijk 'verzorgde' vrouw, maar wel verlegen en ook mager. Het ziet er naar omstandigheden nog netjes uit. Deze momenten staan voor altijd in ons geheugen gegrift. Wat moeten deze mensen het koud hebben in de winter.
Na het ontbijt bezoeken we een centrum waar kampen voor de jeugd en congressen kunnen worden gehouden. Hier zien we na lange tijd weer een normale wc. Vervolgens bezoeken we 'Oost Europa Zending', met Peter Gabor. Heel indrukwekkend.

Een Hongaarse dokter vertelt ons in prima Engels over deze stichting en het kindertehuis ernaast. Ook hebben ze een afdeling met kleding. Mensen krijgen bericht wanneer ze kunnen komen om kleding te halen. Ze vertellen wat ze nodig hebben en dan wordt het voor ze opgezocht. Ook is er een bakkerij waar 20 mensen werken. Er zijn twee ploegen dus kan er veel brood gebakken worden. Van de winst wordt brood uitgedeeld aan de aller armsten! Wat een mooi bedrijf!
Snel terug naar de gastvrouw voor de lunch en dan vertrekken we richting Hongarije. Bij de grens verloopt alles goed en tegen de avond zijn we weer bij de familie Hézser. We maakten een wandeling door de stad en gaan nog wat boodschappen doen. Het is hier bijzonder luxe na wat we in Oekraďne hebben gezien. Na een gezamenlijke maaltijd praten we nog wat na en gaan dan vroeg naar bed.
Om 6 uur ‘s morgens vertrekken we richting Duitsland. Twee dagen in de auto en we zijn weer thuis. Wat een ervaring!