Volg ons op
Volg ons op Facebook


Bijgewerkt op
18-10-2017
Werkbezoek aan Oekraďne van 29 april t/m12 mei 2005


Op zaterdag 30 april arriveren we om 18.00 uur in Gát; onze verblijfplaats gedurende ons (delegatie van het Pastoraal Fonds) werkbezoek aan Oekraďne.
Enkele impressies:



Na het avondeten komt de voorzitter van de diaconale werkgroep van de Reformatorische kerk. Hij is bakker van beroep en werkt in Hongarije. Hij is één weekend in de veertien dagen thuis. Als hij in Gát is werkt hij voor de diaconale werkgroep. We praten met hem over het diaconale werk in Gát.
Zondag 1 mei is het Moederdag in Oekraďne. Om 10 uur gaan we naar de kerk.


Vooraf worden er door de vrouwen vlotte kerkliederen gezongen. Nadat de dominee is binnengekomen wordt er ook gezongen, maar dan wel met hele (statige) noten. De mensen uit Sassenheim worden alleen aan het eind van de dienst even genoemd en na een half uur vertrekt de dominee naar de volgende kerk. De kinderen zingen voor de moeders en zeggen gedichtjes op.

Na de dienst vergaderen we met alle leden van de diaconale werkgroep. Deze werkgroep is vorig jaar op verzoek van het Pastoraal Fonds opgericht. De diaconale werkgroep bestaat uit 7 mensen. De voorzitter vertelt hoe het er in Gát aan toegaat.

“De leden zijn gekozen door de kerkenraad. Er zijn 10 wijken en voor elke wijk is een lijst samengesteld van mensen die hulp nodig hebben. Dat zijn per wijk ongeveer 10 tot 15 personen.Van het geld van het Pastoraal Fonds worden levensmiddelen in het groot ingekocht. Ook worden in sommige gevallen medicijnen gekocht of begrafeniskosten betaald. Het is moeilijk om te bepalen wie de hulp het hardst nodig heeft. De mensen van de diaconale werkgroep zijn blij met hun opdracht en hebben het gevoel dat ze goed werk doen. Mensen huilen omdat er aan ze gedacht wordt en ze niet vergeten worden. Er zijn ook veel mensen die mopperen: "Waarom krijg ik niets, ik betaal ook bijdragen aan de kerk?" Alleen de allerarmsten hoor je niet. Ze schamen zich ervoor dat ze deze hulp nodig hebben. Er zijn veel arme gezinnen waar de vader ook nog van drinkt. Kleding wordt vanuit de pastorie verdeeld. Het wordt met een tractor naar de 10 verschillende wijken gebracht, zo verdelen de diaconale werkers de kleding. Dat werkt goed. Wel moet men oppassen dat bijvoorbeeld een oude oma geen bikini krijgt. Ook de zigeuners krijgen hun deel. Alleen wordt de kleding hier verdeeld door mensen uit die woongemeenschap. De leden van de diaconale werkgroep ervaren nu zelf hoe moeilijk het werk is en ze beseffen ook hoe zwaar het is geweest voor de contactpersoon van het Pastoraal Fonds om dit alleen te doen. Per keer worden 130 – 150 voedselpakketten uitgedeeld; ongeveer 650 afgelopen jaar.“

Op maandag 2 mei gaan we op bezoek bij de Oost Europa Zending (O.E.Z.) in Beregszász. We bespreken eerst de zaken rondom onze kledingtransporten en gaan daarna de loods bekijken.

Er staat nog een transport onder verzegeling van de douane (van maart 2005). De transporten staan hier maximaal 4 á 5 weken. Elke tweede en vierde donderdag van de maand komen de douanebeambten langs. Dan duurt het nog een week voordat de papieren klaar zijn. Ze schatten de waarde van de kleding laag daardoor hoeft men geen belasting/invoerrechten te betalen. Iedere contactpersoon haalt voor zijn eigen dorp de kleding op met steun van onze contactpersonen. De leiding van de O.E.Z. is tevreden, het gaat goed. De douane maakt maar een paar dozen open en hierbij is altijd een medewerker van de O.E.Z. aanwezig. De huurprijs die het Pastoraal Fonds betaalt gebruiken de O.E.Z. voor de verbouwing, het onderhoud, het licht en de beveiliging van de opslagruimte (s' nachts en in het week end is er een wacht). Er is nog veel te doen. In het pand is een meubelfabriek gevestigd en een garage.

Voor de broodbakkerij die in een apart gebouw kan worden gevestigd is nog te weinig. Dan gaan we naar de nog nieuw te bouwen broodbakkerij. Er is nog 15.000 euro nodig om het af te maken. Geld lenen kan niet, daarvoor moet 20% rente betaald worden. Als het klaar is kunnen hier 40 tot 50 mensen werken.

Terug in Gát gaan we kijken bij het bereiden van de maaltijden voor “tafeltje dekje “.

We gaan proeven en kijken hoe het werkt. Onze contactpersoon gaat dagelijks naar 50 mensen om eten te brengen. Deze keer vraagt hij ook of ze het eten lekker vinden. Ze zijn blij met het eten en ook blij dat we door gaan. (Er waren roddels dat het Pastoraal Fonds zou stoppen) Daarna gaan we zelf ook eten: soep en pannenkoekentaart.
’s Middags gaan we eerst op bezoek in het medische centrum van Gát.

Daar treffen we dokter Bak, Olga. We geven het ECG apparaat! Het werkt anders dan ze gewend is. Maar ze weet wel iemand die haar kan helpen. Ze krijgt genoeg geld van ons voor medicijnen. Arme mensen gaan met hun recept naar de dominee die ondertekent het recept en dan kunnen ze de medicijnen gratis halen in de Reformatorische apotheek in Beregszász. Ze is erg blij met het aardgas. Ze was de afgelopen tijd niet veel in haar praktijk. Ze deed een cursus van 6 maanden om officieel huisarts te worden. (ze is nu internist). Ze is de enige dokter in Gát en heeft meer dan 3000 patiënten. Er is een apotheek in Gát die is duur. Mensen die het kunnen betalen en geen zin hebben om naar Beregszász te gaan kopen in Gát de medicijnen. De tandarts gaat ook naar een cursus. Vanaf 2002 is hij hier. Hij controleert de kindergebitjes op de school. Hij geeft geen tandenborstels en geeft ook geen voorlichting om tanden gezond te houden. Als er iets mis is moeten ze komen voor een behandeling. Ze zeggen dat het een heel goede tandarts is maar ze weet niet hoelang hij nog in Gat blijft.
De dokter wil de gang gaan betegelen. Ze heeft medicijnen in voorraad voor eerste hulp. Thuis heeft ze ook nog staan voor als mensen bij haar huis komen voor eerste hulp. Ze vraagt ook een babyweegschaal en ook wil handschoenen. Dan krijgen we een kopje thee met gebak.
Daarna gaan we naar de burgemeester van Gát: Lőrincz Béla.

Het dorp telt 3500 inwoners, 1800 mensen zijn stemgerechtigd. De burgemeester had bij de verkiezingen in 2002 tweederde van het aantal stemmen. Hij is nu al 29 jaar burgemeester. Volgend jaar zijn er verkiezingen. Hij stelt zich weer herkiesbaar. Hij wil blijven tot al het aardgas is aangelegd. Hij is nu 57 jaar en wil tot 60 jaar aan het werk blijven. We praten met hem over de verbouwing van de kleuterschool. Gas, water en elektriciteit moeten worden aangelegd of vervangen. De totale kosten zijn 22.650 euro. De Schoolleiding van de kleuterschool wil ook een derde groep kleuters de kans geven om naar school te gaan. Er is nu minder werkeloosheid in het dorp dus meer mensen kunnen hun kinderen weer naar school brengen. Ook zijn er 10 kinderen uit probleemgezinnen. De burgemeester wil deze kinderen ook op school hebben. Dan kan er voor ze gezorgd worden. De kinderen zijn de hele dag op school, van 7 tot 16 uur en vijf dagen per week. Er zijn nu twee groepen: samen 46 kinderen. Ze krijgen drie maaltijden per dag. Ze leren en leven gezond en hebben dus meer kans om goed op te groeien. Voor 1 juni 2005 moet hij aantoonbaar maken dat er aan de kleuterschool gewerkt wordt, anders moet de kleuterschool dicht. Het is overigens de enige kleuterschool van het dorp.
Het gemeentehuis is opgeknapt; deuren, ramen enz. zijn vernieuwd. Er is een ook een bibliotheek in het cultuurhuis gevestigd. Men kan er ook ruimtes huren voor feesten. Er is nog niemand die het wil huren. Het gasprobleem hebben ze zelf af gehandeld, zonder hulp. Zestien kilometer leiding. Niet iedereen is aangesloten op de aardgasleiding. Van de 900 huizen zijn er 450 huizen aangesloten. Mensen zijn erg blij met het aardgas. Stoken met hout is driemaal zo duur. Veel gemeentebesturen kregen in februari geen geld. Dat gaf veel problemen. Er zijn 11 ABC winkeltjes en 2 bedrijven in Gát. .
De Basisschool gaat goed om met het budget. Hij ziet kinderen met schriftjes enz. Het dak van de school is nu goed. De mensen, die de basisschool hebben gerenoveerd, gaan ook de kleuterschool opknappen. Bij de Basisschool zijn de ramen slecht, ze vallen er bijna uit. Het Pastoraal Fonds vraagt ook om een begroting voor de sportzaal. De school is eigendom van de gemeente. Hij is erg tevreden met de Diaconale werkgroep. Hij hoeft daar niet meer op te letten, dat geeft veel rust.
En dan gaan we nog even naar de predikant van de Reformatorische kerk: Szilágyi, Károly. Nico vertelt dat we blij zijn hem weer te ontmoeten. Ook deelt hij mee dat we een goed gesprek gehad hebben met de diaconale werkgroep en dat we denken dat het goed werkt. Károly beaamt dat het goed werkt, hij houdt ze steeds in de gaten. Hij weet wat ze doen, controleert, maar werkt niet mee. De groep bepaalt wat ze gaan doen en vraagt hem daarna om zijn mening. De kwaliteit is goed. Iedereen krijgt wat, alleen de aller armste krijgen meer. Zij mogen eerst kiezen. Kinderbijbelweek: Het is een probleem, om te controleren of er goed gekookt wordt bovendien kost dit heel veel tijd. Nu willen ze sandwiches geven, dan willen ze tot 1 uur met de kinderen werken, daarna hen een broodje geven en naar huis laten gaan. Instructiedag van Koen: De godsdienstleraren zijn daar geweest. Ze hebben voor 140 kinderen materiaal aangevraagd van Koen en hebben genoeg materiaal ontvangen. Er zijn leiders genoeg, op elke 10 kinderen 1 leider. Een paar professioneel en verder jeugd. Ze vragen sponsoring bij het Hongaarse sport ministerie.

Op dinsdag 3 mei gaan we op bezoek bij de kleuterschool in Gat.

Zingende kinderen, traktaties en een enthousiaste juf. De kinderen hebben een mandje voor ons geknutseld. Ook worden we getrakteerd op een poppenkastspel. Buiten op het speelveld, staat het gras heel hoog en met veel paardebloemen.

Dat is voor de kinderen om slingers van te maken. Er zijn houten klimobjecten gemaakt van fel geschilderde stukken stookhout en oude auto banden. Het ziet er vrolijk uit en de kinderen genieten.

Ook hebben de kinderen stenen gezocht en zelf geverfd. Deze stenen liggen om de bomen heen om de tuin op te vrolijken. Van rood fluwelen gordijnstof (uit een transport) hebben de leidsters rokjes en hesjes voor de kinderen gemaakt. Van vitrage hebben ze schortjes genaaid. Daarbij ook nog rode kapjes en de klederdracht was klaar. De kinderen krijgen een maaltijd tussen de middag, kost 6 griveny, (dat is één euro); de ouders betalen 1.50 griveny. De rest betaalt het Pastoraal Fonds.
Tijdens het gesprek met de schoolleiding wordt ons duidelijk gemaakt wat er allemaal moet gebeuren.

De verwarming kan gerepareerd worden. De parketvloer kan ook worden gerepareerd door ontbrekende stukken hout in te voegen. Er komt een schilder. Het dak is het volgende project.


Vervolgens gaan we naar de Basisschool van Gát met als hoofd van de school: Roman, Erika. De school heeft 358 leerlingen in 20 klassen, hun leeftijd ligt tussen de 6 en de 18 jaar (tot 18 jaar is men leerplichtig). De basisvorming is tot 12 jaar. Als de kinderen 12 jaar zijn kunnen ze al naar Beregszász naar het gymnasium, of naar een vakschool. De rest blijft op deze school. We worden ontvangen door de directrice. De kinderen hebben vrij i.v.m. Orthodox Pasen. De burgemeester geeft hier ook les in tuinbouw. Afgelopen jaar was het een heel koude winter en toch konden de kinderen voor het eerst gewoon naar school, ze konden zelfs zonder jas, muts en wanten in de klas zitten. Dit dankzij de verwarming en het aardgas. De ramen zijn dun en hebben veel kieren. Daarom zijn de ramen zoveel mogelijk afgeplakt.Er zijn nu ruim voldoende leermiddelen. Er zijn ook pakketjes gemaakt, die als prijsjes werden gebruikt bij wedstrijden. Zigeunerkinderen hebben geen geld om zelf spullen te kopen, die krijgen ze dan op school. Elke leerkracht tekent voor wat hij heeft gebruikt.

De ramen van het gebouw en de sportzaal moeten nog opgeknapt. Verder hebben ze geen vragen, maar wel heel veel dank voor de broodjes en de melk die de kinderen elke dag krijgen (veel kinderen komen nog met een lege maag naar school).

We gaan nu naar twee contactpersonen in Nagymuzsaly, Erzsébet en Marianna. Dit dorp heeft 2080 inwoners. Er komen hier veel oog- en longproblemen voor, door de goudmijn en het afval daarvan dat in de sloten terecht komt. Ook komt er veel kanker voor, mede door de naweeën van Tsjernobil nu 19 jaar geleden.
We bezoeken de dokter.

Hij is 28 jaar spreekt alleen Oekraďens. Er werken 8 mensen in deze praktijk; één hoofdarts, 6 assistenten en één tandarts. Ze behandelen het hele dorp. Hij kreeg al een koelkast van het Pastoraal Fonds. Daar is hij heel blij mee en wij hopen hem in de toekomst meer te kunnen helpen. Hij wil graag een ECG-apparaat kopen.
De school van Nagymuzsaly telt 297 leerlingen, 2 x 11 klassen, 11 Hongaarstalig en 11 Oekraďenstalig. Schoolborden, indien aanwezig, zijn van versleten bordkarton. Tafeltjes en stoeltjes zien er stevig uit. Vroeger werden er 100 kinderen per jaar geboren, nu 13 of 14 kinderen, dus kleine klasjes. Eigenlijk zijn het 2 scholen met 1 directeur.

De eetzaal ziet er beroerd uit, de vloer is 27 jaar oud! Het ruikt schoon, maar lampen hebben ze hier niet. De fittingen zijn niet goed dus de gloeilampen gaan steeds stuk. Er zijn 6 wasbakken om handen te wassen voor het eten. De klas voor opleiding tot automonteur ziet er goed uit. Kinderen kunnen kiezen uit verschillende talen zoals Duits, Engels, Frans, Oekraďens en/of Hongaars. Er hangen overal schone gordijnen. Er is een dokter verbonden aan de school, hij heeft een onderzoekkamer met een oud bureau, een bed en een lege medicijnkast. Het hoofd van de school laat ons tekeningen zien van de kinderen, ze kunnen bijzonder mooi tekenen. Hij is daar erg trots op. Het biologielokaal ziet er goed uit, alles is wel erg oud maar het ziet er goed uit. De computerklas heeft nieuwe meubels en nieuwe computers; model Pentium 4. Hiervoor hebben ze geld gekregen van de Staat. Binnenkort gaan ze op internet. De vloeren in een aantal lokalen van de school zijn zeer slecht.

In de Kleuterschool in Nagymuzsaly zitten 34 kinderen in 2 klassen.

De school heeft 9 schooljuffen en een klusjesman, die ook voor de tuin zorgt. Er zijn nu geen kinderen op school omdat er morgen aardgas wordt aangelegd. Ze hebben hier veel speelgoed voor de kinderen. De kinderen zijn hier ook de hele dag op school. Er wordt gekookt op houtkachels, we leggen op elk bedje een knuffel en een zakje snoep.
Thuis bij onze twee contactpersonen drinken we wat en stellen vragen. De kleding gaat goed. Ze halen het zelf op vanuit Beregszász met een busje van iemand uit het dorp.

Het geld dat ze krijgen zou voldoende zijn, maar ze krijgen steeds meer vragen om hulp. Ze willen de hulp graag uitbreiden van 30 naar 40 gezinnen.

Op 4 mei gaan we op bezoek in Csonkapapi, naar Zoltan.
Eerst naar de basisschool

De school telt 9 klassen en in totaal 115 leerlingen. De school heeft de keuken met geld van het Pastoraal Fonds kunnen verbouwen tot een nieuwe keuken, prachtig. De eetzaal moet nu nog worden opgeknapt. Er staan geen tafeltjes en stoelen in, maar wel een tafeltennistafel.

Tafeltennistafels staan trouwens overal in de school verspreid. Ook enkele klassen zijn opgeknapt (nieuwe schoolborden). We moeten echt in iedere klas komen kijken. Het ziet er heel gezellig uit. Er is veel zorg besteed aan de inrichting, platen op de muur enz. Dan krijgen we een voorstelling in de gymzaal. Alle kinderen van de school zijn aanwezig. Het hoofd van de school ligt in het ziekenhuis, maar mocht speciaal voor ons een dag het ziekenhuis verlaten. Hij wordt door pillen en injecties op de been gehouden. Ze hebben ons bezoek voorbereid en er heel veel werk van gemaakt.

Een meisje zegt een gedicht op, een ander meisje in klederdracht speelt op een blokfluit. Daarna speelt een groep meisjes in klederdracht op citers. Een dansgroep danst op de muziek van de CD(-speler) (onderdeel van de leermiddelen die wij financierden).


Na de voorstelling werd er koffie voor ons geserveerd en ook al de schooljuffen, de directeur en de sportleraar waren aanwezig. De sportleraar geeft na de koffie met zijn beste leerlingen een demonstratie tafeltennis.

Zeven kinderen van deze school spelen heel goed en winnen veel toernooien in Oekraďne en Hongarije.

Dan naar het medische centrum van Csonkapapi, naar dokter Lónyai.

Hij vraagt ons naar het feest in Nederland i.v.m.het 25 jarig jubileum van onze koningin. Hij is tevreden, alles in zijn praktijk is voor elkaar. Zelf is hij nog steeds niet gezond. Er was in augustus een storm met veel schade door lekkage. Die hebben ze uit eigen middelen hersteld. We vragen of hij brillen wil hebben. Nee, want als dokter weet hij dat het niet goed is een bril op te zetten die niet bij de ogen past. Verder heeft hij niets nodig. We gaan hierna op weg naar de kleuterschool.

De kleuterschool van Csonkapapi heeft twee groepen met in totaal 30 kinderen. De renovatie van de school is bijna helemaal klaar. De gemeente heeft de zorg voor elektra en salaris van de schooljuffen. Al drie maanden is er echter geen salaris uitbetaald. Wel krijgen ze een bekeuring voor het niet werken van de koelkast.

Van het Pastoraal Fonds krijgen ze geld voor voedsel voor de kinderen. De burgemeester komt binnen. Hij wordt meteen aangevallen omdat hij niet betaalt. Hij vraagt indirect aan ons om te helpen bij zijn aardgasproject. De aanleg kost drie maandsalarissen per huis.

’s Middags rijden we naar Balazsér, daar zitten Margit en Ilona al een poosje op ons te wachten en zijn bezorgd omdat het slecht weer is. De scholen zijn dicht en dus hoeven we uiteindelijk alleen naar de dokterspost. We vragen naar de verdeling van de kleding; dit geeft geen grote problemen. De zoons halen met hun auto de kleding op in Beregszász. Ze halen de kleding uit de dozen en leggen het los in de auto, zo kunnen ze meer meenemen. De mensen zijn tevreden en bedanken hartelijk. Babykleding houdt ze apart. Die bewaren ze als cadeaus voor de nieuw geboren baby's.
Onderweg en ook thuis kun je zien dat het zeer hard heeft geregend.

Donderdag 5 mei gaan we met de contactpersonen naar de Karpaten.
Alle contactpersonen gaan mee en verzamelden zich bij het huis van de contactpersoon in Gát. Voordat we vertrekken moeten we helaas afscheid nemen van onze contactpersonen (domineesechtpaar) in Hongarije. Voor hen wordt een dergelijke reis te vermoeiend, zij willen graag naar huis. Voordat ze vertrekken willen we hen nog even in het zonnetje zetten. Ze worden beiden tot ereleden van het Pastoraal Fonds benoemd en wordt hen een oorkonde aangeboden met een bijbehorende medaille.

Zij zijn hierdoor zeer geroerd.



Het wordt een gezellige dag. Het weer zit niet zo mee, maar tijdens de picknick blijft het droog en komt zelfs de zon even door.



Op vrijdag 6 mei gaan we naar Katy in Kisbégány. In het dorp wonen ±1300 mensen. De basisschool heeft 9 klassen en in totaal 152 kinderen. De kleuterschool heeft 2 klassen en in totaal 31 kinderen. We lopen eerst naar de kleuterschool.

De hele school is voor onze komst gedweild. De slaapkamer is leeg; die wordt opgeknapt en de verwarming werkt niet. Er hangen wel ”nieuwe” gordijnen van ons transport. De kinderen zijn van 7.00 uur ‘s morgens tot 8 uur ‘s avonds op school. Ze krijgen een ontbijt, een tussendoortje en een lunch. Het kost in totaal 1.5 griveny (15 eurocent). Dit betalen de ouders. Als de kleuterschool verbouwd gaat worden, kan zal de man kan van onze contactpersoon dit begeleiden.

We brengen een bezoek aan de basisschool. Deze school wordt vanuit Steenwijk gesteund. Er werd verwarming aangelegd en werd voor toiletten gezorgd. Klas 1 en 2 zitten samen. Ze leren al Engels en hebben zelf een woordenboekje gemaakt. Zigeunerkinderen komen hier ook op school zij zitten in de zelfde klas als de "gewone" kinderen. Dan bezoeken we naar de verpleegkundige/EHBO’er, die hier optreed als de arts, (niet gediplomeerd en nu ook niet aanwezig). Men vindt hem is een goede arts, het hele dorp is blij met hem. Hij wil een fiets. Er is behoefte aan een ECG apparaat en een sterilisator. Tijdens de maaltijd praten we over de kledingverspreiding. Ze leggen de kleding op kleden neer in de tuin en nodigen de mensen uit om te komen uitzoeken. Er zijn tien gezinnen in het dorp die het goed hebben. Zij komen niet om kleding vragen. Maar veel mensen hebben het wel nodig. Ook buitenkerkelijken krijgen. Er zijn heel veel werkelozen in dit dorp. De huizen zien er mooi uit maar de mensen zijn vreselijk arm. Door de nieuwe manier van verdeling (de namen van de dorpen staan op de dozen) krijgen ze meer kleding en hebben dus voldoende. Ze halen het zelf uit het depot met de auto.

We vertrekken naar Eva en Ferenc in Kigyós. Het dorp heeft 940 inwoners. Op de basisschool zitten 47 kinderen. De kleuterschool heeft 20 kinderen in 2 klassen. We praten over het jeugdhonk ( “het cultuurhuis“).

Dat willen ze opknappen maar het geld is op. Misschien kan het Pastoraal Fonds helpen. We gaan op bezoek bij de kleuterschool. De burgenmeester is er en ook de directrice van de basisschool. De trap naar de kerk is bijna klaar, door het slechte weer is het wat vertraagd.

De burgemeester dankt voor de levensmiddelen, de kleding en ook voor de trap. Geen ander dorp heeft zo'n mooie trap. Vrijwilligerswerk kennen ze hier niet. Wel hebben kinderen geholpen en die werden dan beloond met een ijsje. De directrice vraagt het Pastoraal Fonds te helpen bij het opknappen van het Cultuurhuis. Er is veel te doen. Het gebouw kan gebruikt worden voor de jeugd, sport en spel, festiviteiten en andere activiteiten. Een gedeelte is ingericht als bibliotheek. In de plannen zijn geen toiletten en geen keuken opgenomen. Dat lijkt ons niet handig. We bezoeken even het gemeentehuis. Dan gaan we wandelen door het dorp en eindigen bij de mooie nieuwe trap.

Het is een hele wandeling naar boven naar de kerk. Daar worden we opgewacht door 7 meisjes met bloemen. Er is een gedenksteen ingemetseld met het Pastoraal Fonds embleem.
Terug bij Eva thuis praten we verder over kleding; dat gaat goed, ze heeft 43 dozen gekregen. Ze laat de kleding in dozen en vraagt kleine groepen mensen tegelijk die kleding uit komen te zoeken. Veel dank is er oor de nieuwe overhemden (KLM Catering), iedereen in het dorp heeft een nieuw overhemd. Ze zijn vooral blij met kinderkleding. Ze maakte 100 tassen met levensmiddelen klaar. Mensen die het nodig hebben kunnen met een bonnetje brood halen bij de bakker. Eva betaalt met geld van het Pastoraal Fonds de rekening.

De pakketten verdeelt ze, om de beurt krijgen mensen een pakket. We krijgen de indruk dat ze het werk erg zwaar vindt maar dat ze daar niet voor uit durft te komen. We eten gezellig met elkaar en gaan dan terug naar Gát voor weer een gesprek.

Op zaterdag 7 mei is er de gezamenlijke dag met de contactpersonen.


Nico heet iedereen van harte welkom. We zingen een mooi gezang!
Henk legt uit waarom het Pastoraal Fonds het Projectaanvraagformulier heeft ontwikkeld. Het is voor de aanvrager en de beslisser (Pastoraal Fonds ) heel handig om te gebruiken. Het verplicht de aanvrager tot een goede voorbereiding en voor het Pastoraal Fonds is het overzichtelijk om te zien wat er nodig is en wat de projecten gaat kosten. Zo kan het Pastoraal Fonds sneller een beslissing nemen. De formulieren gelden voor 1 project. Men kan meerdere formulieren invullen. Het Pastoraal Fonds kijkt wat gedaan gaat worden of de projecten voor het Pastoraal Fonds financieel haalbaar zijn.
Het Pastoraal Fonds stelt ook geldt ter beschikking voor mensen die willen studeren! Ook in het buitenland. Als zij kinderen kennen die, gezien goede schoolprestaties, hiervoor in aanmerking zouden kunnen komen mogen ze hiervoor ook een aanvraag indienen.
Een van de contactpersonen vertelt dat hij het werken met het Pastoraal Fonds na 9 jaar niet meer willen missen. Het voelt als een grote familie. Als er problemen zijn, zijn we er voor elkaar! Als er iemand iets niet begrijpt kom je er met elkaar wel uit. Het is bijzonder hoe vriendelijk de sfeer is en hoe iedereen naar elkaar luistert en rustig verteld. Het is een bijzonder gezellige dag. Inderdaad een soort familie bijeenkomst (en dan van een liefhebbende familie).

Na een ontbijt in Gát vertrekken we op zondag 8 mei rond 10.00 uur naar Kigyós, waar we de kerkdienst bij zullen wonen.

Deze dienst begint pas om 13.00 uur omdat er een gastpredikant zal voorgaan. Voor de dienst gebruiken we bij Éva en Feri de maaltijd in een gezellige sfeer. Éva is wat gespannen, zij is er niet zo zeker van dat wij op een passende manier verwelkomd zullen worden. Gelukkig (vooral voor haar) loopt het prima. Aan het eind van de dienst worden we toegesproken door de vrouw van de plaatselijke predikant en Riet spreekt een korte groet uit namens de Reformatorische gemeente in Sassenheim. Ook vertelt zij heel kort wie wij zijn en wat ons doel is. Na een paar korte gesprekjes met gemeenteleden dalen we de nieuw aangelegde trap af en nemen afscheid van Éva en haar man.

Na een voorspoedige reis komen we op dinsdag 12 mei weer veilig thuis.