Volg ons op
Volg ons op Facebook


Bijgewerkt op
18-10-2017
Werkbezoek aan Roemenië van 15 september t/m 24 september 2002


Na twee dagen reizen, via Oostenrijk en Hongarije, kwamen we aan in Tileagd in Roemenië. Benjamin en Sarika Papp heetten ons hartelijk welkom. Benjamin Papp is de predikant van de Reformatorische kerk in Tileagd. Ook hun dochter Enikö was aanwezig. De overdracht van de inventaris van de kerk, de pastorie, de bijbehorende gebouwen en alles wat daarbij hoorde aan het bisdom was in volle gang. Alles moest worden opgemeten en worden beschreven. Het nieuwe huis van Sarika en Benjamin leek ons wel bewoonbaar.


Op dinsdag 17 september was er een afspraak met het hoofd van de basisschool in Tileagd.

Terwijl de leden van het Pastoraal Fonds de gesprekken voerden over de voortgang van de projecten en de besteding van beschikbaar gestelde financiën mochten wij wat op de school rondkijken. Het eerste dat opviel was de zeer slechte staat van de school, in het bijzonder het dak en de muren zagen er zeer slecht uit.

Er ontbraken ook de nodige dakpannen. De meeste indruk maakte de klas met zigeuners op mij. Via een aparte ingang kwam je in een klein klaslokaal waarin wel 36 kinderen zaten.

De kinderen zaten met z’n zessen op een rij, stijf tegen elkaar, maar vrolijkheid alom. Op het uiterlijk afgaande was er een groot leeftijdsverschil. Ook lichaamsgeuren waren volop aanwezig. We werden vervolgens officieel begroet waarbij de kinderen netjes gingen staan en ons gingen toezingen. De dames kregen een versgeplukte bloem uit de tuin. We hadden wat snoep meegenomen om uit te delen, het leek wel na de oorlog bij ons toen de eerste versnapering werd uitgedeeld.

Na het bezoek aan de school gingen wij naar een vrouwelijke arts. De ruimten waren zichtbaar opgeknapt. Geweldig. Toch ontbrak het nog aan kleine dingen zoals een goede lamp die gebruikt kan worden bij het uitvoeren van onderzoeken; er zijn stopcontacten die niet zijn aangesloten op het net. Toen er werd gesproken over eenvoudige schaafwonden hoorden wij dat zij bijv. betadine en stereleon niet kende, terwijl dat bij ons bekende artikelen zijn.
In de middag kwam de kerkenraad bij elkaar om te praten over een opvolger van ds. Papp. Daarna werd met het Pastoraal Fonds gesproken. In het bijzonder over het opknappen van de pastorie. Over de toekomst viel weinig te zeggen want daarvoor moest eerst met de nieuwe dominee worden gesproken.
Van dinsdag op woensdag voltrok zich een kleine ramp. Er werd ’s avonds laat geconstateerd dat er wel tien centimeter water in de kelder van het ’huis Sassenheim’ stond. Het bleek dat de boiler was leeggelopen via een afvoer die niet ergens op was aangesloten. Met man en macht werden een zeer groot aantal dozen met kleding op de begane grond in veiligheid gebracht en werden enkele honderden liters opgeschept en via het toilet weggespoeld. Om half twee ’s nachts was de kelder redelijk droog en de delegatie uitgeput. De volgende ochtend zou de stand van zaken worden bekeken.
Om acht uur ’s morgens zaten we weer aan het ontbijt. We gingen eerst de natte kleding in de zon hangen. Om negen uur gingen we naar twee kleuterscholen. De kinderen zaten er keurig bij. In een klas was men net aan het pauzeren en werden de zeer eenvoudige lunchpakketten verorberd. Daarna mochten de kinderen buitenspelen want het was goed en zonnig weer. In de tuin troffen we speelgoed aan dat met een eerdere zending was opgestuurd. Hier werd gesproken over de bereikbaarheid van de toiletten. Deze waren namelijk buiten en bestonden uit niet meer dan een gat in de grond. Het toiletgebouw zag er op zich heel verzorgd uit. In de winter moeten de kinderen telkens worden aan- en uitgekleed; dat kost de leerkrachten natuurlijk zeer veel tijd. Er bestonden plannen om een overdekte gang of serre te maken naar deze toiletten. In de toekomst misschien zelfs moderne toiletten.

Op de tweede kleuterschool zag het er ook al gezellig uit. De juffrouw ging heel spontaan om met de kinderen. Een probleem is dat een gemetselde kachel precies in de scheidingsmuur van de lokalen is gebouwd, waardoor de beide lokalen eigenlijk nog steeds in open verbinding met elkaar staan. Je kon elkaar horen bij het praten en het zingen.

’s Middags ging een deel van de groep naar de burgemeester en een deel van de groep bleef thuis om de inmiddels droge kleding op te vouwen, te sorteren en in de winkel te brengen.
’s Avonds bleek dat de winkel die dag goed had verkocht, dat was dus nog een meevaller.
De burgemeester vertelde trots wat hij de laatste twee jaar had bereikt en liet ons ook de nieuw ingerichte trouwzaal zien. Als het gesprek op de gemeente Sassenheim komt wordt hij wat treurig. Na het bezoek van een delegatie onder leiding van burgemeester Buddenberg was er niets meer van het gemeentebestuur uit Sassenheim vernomen en dat vond hij heel jammer. Hij had zoveel plannen!

We gingen lopend naar een textielbedrijfje, waar een vijftal vrouwen kinderkleding maakten. Echte handarbeid.

De producten werden geëxporteerd naar Italië, maar het liefst zou men het afzetgebied willen vergroten. Met de auto reden we daarna naar de elektriciteitscentrale bij de stuwdam. Menigeen had gezegd dat deze niet werkte, maar de burgemeester wilde ons laten zien dat deze wel werkte al was het alleen maar gedurende 5 dagen in de week. Kwam dat doordat het stuwmeer te weinig water zou bevatten?
Een van de medewerkers van de centrale nodigde ons uit om zijn wijnkelder boven op de berg te bezichtigen. De weg er naar toe was niet meer dan een karrenspoor. We hoopten maar dat we niet zouden blijven steken want een wegenwacht was er niet. Boven op de berg genoten we van het uitzicht en natuurlijk van de wijn (bor) en de palinka. Gelukkig hadden we een Bob in ons midden. De wijnschenker lieten we ter plaatse achter.

Op donderdag sorteerden we met z’n allen de kleding en vulden nogmaals de kledingwinkel aan. De klanten waren blij dat er zoveel winterkleding hing en het was er weer erg druk.
Na afscheid te hebben genomen van Berta, Giselle en Sarika vertrokken we richting Bürgezd (Bilghezd in het Roemeens) om daar aanwezig te zijn bij de officiële ingebruikname van de waterleiding. We reden door het beboste heuvellandschap. Er werd in het bos ijverig aan de weg gewerkt, dat moest wel want een deel van de (verbindings)weg was weggezakt en moest dus wel worden hersteld. Ook moest de chauffeur goed letten op de soms wel zeer diepe gaten in de weg. We reden langs karakteristieke woningen en kwamen op de weg ganzen, varkens en koeien tegen.
Nadat we de afslag naar Bürgezd hadden genomen hobbelden we drie kilometer over een alleen met grind en keien verstevigde weg. We reden niet harder dan 30 kilometer per uur en slingerden van links naar rechts over de weg. Aangekomen bij de Pastorie zagen we een groot, wit spandoek waarop stond: “ Herzlische Grüsse in Bürgezd. Schönen Dank für Ihnen Hilfen !”

We werden hartelijk begroet door Istvan Ruszá (de dominee) en zijn vrouw Emma. Ook zagen we een aantal dames, die druk bezig waren met het klaarmaken van het eten. Na wat gedronken en gegeten te hebben zijn we naar het pomphuis gelopen. Je kon in Bürgezd nog rustig midden op de weg lopen, wat wij dan ook deden. Verkeer was er immers bijna niet, een paard en wagen en af en toe een auto (Dacia of Trabant) daargelaten. Het pomphuis op zich stelt weinig voor maar het is zeer belangrijk voor het dorp. Vanuit dit pomphuis worden een drietal tanks, die per stuk 7000 liter water kunnen bevatten gevuld. De tanks zijn op een drietal strategische punten in de heuvels ingegraven. Het zijn als het water drie ´watertorens´. De hoogste tank ligt ongeveer 85 meter boven het laagste punt. Het water dat uit de bron komt had nog een lichte waas van de kleideeltjes die door het opstarten van de pomp in de leidingen waren gekomen. Dit zal te zijner tijd weer verdwijnen. Na het bezoek aan het pomphuis hebben we heerlijk door het dorp gewandeld en ook de ABC winkel bezocht.
Uiteindelijk kwamen we bij de kerk terug. De kerk wordt aan de binnenzijde gerenoveerd. Het stucwerk was verwijderd, de oude banken lagen kris kras in de kerk door elkaar. Ondanks het feit dat men nieuw meubilair wilde, had men de banken niet eerst naar buiten gebracht om meer ruimte te krijgen. De bevolking had al veel geld bij elkaar gebracht 50 miljoen Lei (d.i. 1600 euro), maar achter het stucwerk bleken nog meer problemen schuil te gaan en men kwam nu al 20 miljoen Lei (bijna 700 euro) te kort. Omdat de penningmeester van het Pastoraal Fonds ook mee was kon er snel een beslissing worden genomen om deze renovatie financieel te steunen.

Na het avondeten kwam het watercomité op bezoek. Onder leiding van de dominee was het waterleidingproject ter plaatse door de bewoners en met hulp vanuit Nederland (Pastoraal Fonds, Albert van Bergen en een zekere Bert) gerealiseerd. De volledige boekhouding werd overdragen opdat in Nederland de aanvraag voor een subsidie kon worden afgerond.
Keer op keer werd tijdens de bespreking door leden van het watercomité de dank uitgesproken voor de ondersteuning vanuit Nederland. Inmiddels bleken er ruim 180 aansluitpunten te zijn, dat wil zeggen waterputten met daarin een watermeter en een kraan om water te tappen. Na 5 jaar van hopen en bidden, hard werken en doorzetten was het wonder echt gebeurd. Aan het einde van de bespreking ging ds. Istvan Ruszá voor in gebed en dankte God voor de hulp die hun was geboden. In het dorp is een oude vrouw die veel ziek is en telkens 5 kilometer moest lopen om drinkwater te halen, wat in de winter zeker problemen gaf.

Elke keer als ze nu de kraan opendraaide dankte zij God en denkt zij aan de mensen uit Sassenheim die haar dit hadden gegeven. Gelukkig was het project iets goedkoper uitgevallen dan was beraamd. Gevraagd werd of het restant kon worden gebruikt voor de renovatie van de kerk. Daar werd mee ingestemd zoals u eerder kon lezen.
Van donderdag op vrijdag sliepen we op verschillende adressen. Een viertal bleef in de pastorie, een tweetal sliep in het huis van een leerkracht van de school en nog een tweetal sliep bij een echtpaar van wie de dochter in Nederland woont. Vrijdags bezochten we de school in Bürgezd. Een school waar zowel de kleuters als een één-klassige basisschool zijn ondergebracht. In de kleuterklas werden een groot aantal knuffels gebracht en we zagen hoe deze knuffels op speelse wijze werden verdeeld. De kinderen genoten volop van het cadeau. Ze klemden de knuffel dicht tegen zich aan, andere begonnen via de knuffel met elkaar te communiceren. Niemand was jaloers of afgunstig. Allemaal stralende gezichten. Ook lieten wij daar nog wat snoepgoed achter.

Bij de oudere kinderen werden we ontvangen door een met Hongaarse woorden gezongen lied ’’ Door de wereld gaat een woord’’ en met ’Good Morning’ We bewonderden de oude landkaarten die aan de muur hingen. Daar werd ook snoep achtergelaten.
Om vier uur ’s middags vond de officiële ingebruikname van de waterleiding plaats. Dit zou gebeuren door middel van een korte kerkdienst, waarin ds. Istvan Ruszá zou voorgaan. Om vier uur regende het flink. We moesten buiten in de voortuin van de kerk staan omdat de kerk werd gerenoveerd. Zo stonden we met een deel van de bevolking onder paraplu’s om de dominee heen die zelf in een mooie zwarte toga droog in een voorportaal van de kerk stond. Na het bidden en het zingen hield de dominee een korte preek over Jesaja 44: 3 “Want ik zal water gieten op het dorstige en beken op het droge” . Nico Broekhuizen kreeg daarna de gelegenheid de historie van het waterleidingproject van de afgelopen 5 jaar naar voren te brengen. Zijn lezing was door Enikö vertaald en werd nu door Istvan in een simultaan vertaling naar voren gebracht.

Veel mensen moesten zichtbaar een traantje wegpinken. Tijdens de dienst kwamen ook nog Albert van Bergen (en zijn vrouw) die de pompinstallatie e.d. in orde had gebracht en Bert de tekenaar van het waterleidingsysteem.
Na afloop kreeg het Pastoraal Fonds een prachtige, wel 50 cm. hoge blauwe vaas met Hongaarse motieven en elk lid van de delegatie een wandbord. Toen was het feest! Gezellig met een handvol Bürgezdters in een vergaderzaal van de pastorie. De voorzitter van de kerkenraad ontpopte zich als Bormeister (wijnschenker), waarbij hij menigmaal weer de tranen in zijn ogen kreeg als we het over het waterproject hadden.
Zaterdags maakten wij een uitgebreide wandeling door het dorp, spraken met bewoners, kregen appels en peren en keken bij alle drie de reservoirs.

Het was inmiddels prachtig weer geworden. ‘Middags gingen we boodschappen doen met Istvan in Nussfalu. We gingen wel 15 ABC winkels af maar nergens had men de kersen- en koffielikeur die we zochten. Ook moest Istvan zijn Bor(wijn)-voorraad aanvullen die gisteren was aangesproken. We bezochten ook de markt, waar allerlei landbouwproducten en bloemen uit eigen tuin werden verkocht. We vielen als toeristen wel op.

Zondag was het feest want Betty Wilbrink was jarig. Ze werd hartelijk toegezongen.
Om 11 uur was er weer openluchtkerk. Nu was het droog. De mannen en de vrouwen zaten gescheiden, tegen over elkaar. Henk Maat las Psalm 34 (“De Here beschermt de zijnen”) in het Nederlands voor en Riet Geldof vertaalde simultaan de preek. Hoe wonderlijk ook het leven van David was, altijd was God nabij om hem te redden. Symbolisch ook weer voor het waterproject, waarbij men toch ook op God moest vertrouwen. Na een half uur was de kerkdienst afgelopen en werden we door veel kerkgangers als uiting van dankbaarheid geknuffeld.
Om één uur ’s middags vertrokken we naar het weeshuis van Annemarie in Alesd. We werden weer hartelijk ontvangen met een kopje koffie en thee. Elke maand werden op één dag alle verjaardagen van die maand gevierd en toevallig was dat die zondag, 22 september het geval. Eerst werden we nog rondgeleid door de nieuwe aanbouw. Alles zag er fantastisch uit. In alle kamers waren zeer fleurige vloer- en dekbedkleden aanwezig.

Ook ontbraken mooie badkamers en een centrale keuken niet. Na een rondleiding door de nieuwe aanbouw verzamelden zich alle 25 weeskinderen in de eetkamer. Er werd op Nederlandse en Hongaarse wijze In de Gloria, enz gezongen en kregen de jarigen, onder wie ook Betty, een cadeautje. Toen was er taart! We hadden niet alleen voor iedereen een presentje meegebracht, maar ook een sjoelbak (oer Hollands spel) en een tafeltennisspel uit Nederland. Deze cadeaus werden uitgepakt en er was volop spelplezier.

Niet alleen de sjoelbak bleek een succes, maar ook de kleine presentjes. Daarna gingen we met z’n allen aan de maaltijd, waarbij natuurlijk ook palinka en wijn werden geschonken. Jan Lindhout heette tijdelijk Bob. Bij ons vertrek lieten we nog 25 Hongaarse kinderbijbels achter.
Vervolgens vertrokken we weer naar Tileagd, waar ons een afscheidsmaaltijd wachtte.
Maandagochtend zaten we om half zeven te ontbijten. Berta en Giselle hadden alles netjes gedekt en zelfs lunchpakketten klaargemaakt. Om zeven uur vertrok, na een uitgebreid afscheid, de bus richting Nederland. Bij de grenzen in Roemenië en Hongarije was er praktisch geen oponthoud. Na ruim anderhalve dag reizen waren we weer thuis, maar met nog niet verwerkte indrukken, met een stuk bezorgdheid over wat de wintermaanden voor de mensen in Roemenië (en Oekraïne niet te vergeten) zouden gaan betekenen, hoe het zou gaan met Benjamin en Sarika Papp in het nieuwe huis, de verkoop van kleding in de winkel, de watervoorziening in Bürgezd, de kinderen in het weeshuis bij Annemarie in Alesd, enz. enz.